Wat doet belfa precies?
“Belfa staat voor Belgian Facility Association en is een vakvereniging voor de facility community: enerzijds facility professionals die facility management binnen hun eigen organisatie opnemen, anderzijds dienstverleners en leveranciers: van catering en cleaning tot HVAC, inrichting en gebouwtechnieken. Wat ons typeert is dat we vooral inzetten op content en kennisdeling, onder meer via webinars, seminaries, opleidingen, whitepapers … Onze missie vatten we samen als expertise, exchange, evolve.”
Facility management wordt vaak nog vereenzelvigd met ‘gebouwbeheer’. Terecht?
“Begrijpelijk, maar het gaat veel verder: het omvat vandaag eigenlijk alles wat ervoor zorgt dat mensen hun job goed kunnen doen, in een veilige, comfortabele en efficiënte omgeving. Dat mensen geen concreet beeld hebben van facility management is omdat het vaak onzichtbaar blijft zolang alles goed loopt. Mensen staan er niet bij stil dat er achter ‘alles werkt’ een complete organisatie zit.”
Covid was volgens u een kantelpunt voor FM. Op welke manier?
“Toen iedereen plots niet meer naar kantoor mocht, en daarna terugkeerde met regels, signalisatie, looplijnen, bezettingslimieten en aangepaste cleaning- en cateringprocedures, zag men ineens hoe breed de impact van facilities is. Plots werd het tastbaar: dit is een cruciale schakel in hoe een organisatie blijft draaien. Hybride werken maakt de rol van facility management groter en strategischer. Vroeger zat facility management vooral onder finance. Vandaag zie je een duidelijke opschuiving richting HR, omdat de mens centraler staat: welzijn, employee experience, employer branding… zijn niet langer bijkomstig. Tegelijk kwam er met de energiecrisis een tweede versneller bij. Energieprijzen gingen omhoog, budgetten bleven vaak gelijk. En dan komt het neer op facility management om oplossingen te vinden die én werkbaar zijn én verantwoord.”
Waarom is duurzaamheid zo’n kernthema geworden?
“Omdat facility managers een directe invloed hebben op gebouwen, diensten en het dagelijkse gebruik van middelen. Met bewuste keuzes in energie, onderhoud, schoonmaak, catering en mobiliteit kan je kosten verlagen én de ecologische impact beperken. Tegelijk draag je bij aan ESG-doelstellingen en het welzijn van medewerkers. Zo maak je duurzaamheid concreet én zichtbaar binnen de organisatie. Facility managers zitten ook dicht bij alles wat meetbaar is: verbruik, bezetting, comfort, onderhoudscycli. Daardoor kunnen ze duurzaamheid vertalen van mooie ambitie naar ‘wat doen we vanaf maandag anders?’”
Wat is volgens u de rol van facility management in ESG en CSRD?
“Facility management zit heel hard op meten, monitoren en sturen binnen het eigen domein: gebouwen, diensten, leveranciers, processen. Als je niet meet, werk je met gissingen. Terwijl je met data kan zeggen: dit is wat we moeten doen om onze KPI’s te halen. Facility management is dus belangrijk om beleid te realiseren en om te komen waar je als organisatie naartoe wil. Bovendien gaat het steeds vaker over de hele keten. Facility managers kijken niet alleen naar producten, maar ook naar leveranciers: hoe gaan ze om met hun mensen, hoe duurzaam is hun werking, klopt het totaalplaatje? Dat wordt alsmaar belangrijker.”
U zegt dat duurzaamheid ook een mindsetkwestie is. Worden bedrijven vooral gedreven door overtuiging of verplichting?
“Beide. Sommige bedrijven doen het omdat het moet, en dan blijven ze soms aan de oppervlakte. Andere bedrijven doen het omdat ze er echt achter staan, omdat ze denken aan hun kinderen en kleinkinderen, en omdat ze beseffen dat duurzaamheid de toekomst is. Het mag geen ‘projectje’ zijn. Als je erachter staat, ga je het ook doordacht aanpakken: in energie, maar ook in leverancierskeuzes, in de organisatie van cleaning en catering, in mobiliteit, in het gebruik van materialen. Daar zit de echte impact.”
“Facility management is pas zichtbaar op het moment dat het misloopt.”
Facility management wordt vaak als een kostenpost gezien. Waarom is dat zo hardnekkig?
“Omdat facility management lang als puur operationeel werd bekeken. Het is ondersteunend, en deze diensten worden al snel herleid tot budgetten voor cleaning, catering, onderhoud, enzovoort. Maar dat is een te beperkte visie. Facility management bepaalt mee hoe efficiënt je werkt, hoe aantrekkelijk je werkplek is, hoe duurzaam je organisatie is, hoe veilig je infrastructuur functioneert. Dat zijn strategische impactzones. Toch zie je nog te vaak dat facility managers pas laat betrokken worden, terwijl ze net aan het begin mee aan tafel moeten zitten.”
Welke impact heeft digitalisering op facility management?
“Het is cruciaal geworden, omdat meten weten is. Als je meet en monitort, heb je data en kan je strategischer werken. Denk aan energieverbruik, bezetting, luchtkwaliteit, cleaning en maintenance. Sinds Covid en zeker sinds de energiecrisis is dat enorm versneld. Ook cleaning verandert: vroeger werd op vaste momenten gepoetst. Vandaag kan je via sensoren of reserveringssystemen zien welke ruimtes effectief gebruikt zijn en daar je planning op afstemmen. Dat bespaart tijd, kosten en verhoogt efficiëntie. Hetzelfde geldt voor catering: als je niet weet hoeveel mensen aanwezig zijn op een dinsdag versus vrijdag, kan je ook niet slim plannen.”
Technologie betekent ook nieuwe risico’s, zoals cybersecurity. Is dat ook facility?
“Meer dan ooit. Facility management werkt steeds minder in silo’s en veel meer samen met IT. Denk aan toegangscontroles, camera’s, poortjes, nummerplaatherkenning,… Ook risicobeheersing, bijvoorbeeld van hacking, behoort tot onze dienstenportefeuille. Daarom spreek ik graag over facility management als een ecosysteem. De rol raakt aan HR, IT, finance, maar ook aan duurzaamheid, energie en veiligheid.”
Welke evolutie hoopt u de komende jaren nog sterker te zien?
“Dat facility management nog meer als strategische functie wordt erkend. Dat directies begrijpen: dit is niet alleen een kost, dit is de toekomst van je organisatie. En ik wil ook een oproep doen: er is te weinig instroom. In Vlaanderen is een bachelor facility management gestopt door te weinig studenten, terwijl er net enorm veel vraag is. In Wallonië zijn er masters, maar in Vlaanderen ontbreekt die structurele opleiding. En dat terwijl het vak zo snel evolueert.” •
“Sinds Covid is facility management echt uit de schaduw gekomen.”
WIST-JE-DAT?
Wat wilde je worden als kind?
“Als kind wist ik niet goed wat ik later wilde worden, maar ik denk dat dat voor veel kinderen geldt. Mijn vader reisde veel voor zijn werk. Hij zat vaak in vliegtuigen en hotels, en dat maakte indruk. Toen ik na de middelbare school moest kiezen wat ik wilde studeren, dacht ik: dan ga ik maar hotelschool doen. Ik werkte daarna jaren in de hotellerie, vooral in Brussel, en voor mij blijft een hotel de meest magische werkplek. Receptie, housekeeping, techniek, eventzalen, restaurants,… Dat lijkt ook allemaal sterk op hoe facility management werkt in bedrijven. De overstap was voor mij dan ook heel logisch, zeker omdat je steeds meer ‘hotelificatie’ in bedrijven ziet: lobby’s worden ontmoetingsplekken en de werkplek krijgt steeds meer beleving. Een heel boeiende evolutie.”