Innovatie is een containerbegrip geworden. Alles wat nieuw of anders is, krijgt al snel dat label opgeplakt. Maar volgens onderneemster Leen Anthuenis ligt de lat een stuk hoger. “Innovatie is radicaal durven vernieuwen. Iets compleet anders doen, of iets dat al bestaat volledig herdenken”, zegt ze. “Alles wat gewoon ‘een beetje beter’ is, is geen innovatie. Dat is optimalisatie.”
Dat verschil bepaalt alles. Want zolang bedrijven innovatie blijven verwarren met kleine verbeteringen, blijven ze volgens haar in dezelfde logica werken. En zo laten ze kansen liggen. “De echte uitdaging zit niet in tools of technologie, maar in hoe we de dingen fundamenteel anders durven organiseren. Denk aan sectoren zoals energie of chemie: daar zitten we al jaren in een transitie, maar eigenlijk moeten we ze volledig gaan herdenken.”
Die evolutie blijft trouwens niet beperkt tot enkele sectoren. Innovatie is vandaag geen keuze meer voor een select groepje bedrijven, maar iets waar iedereen mee te maken krijgt. “Die technologische versnelling, en zeker AI, raakt echt elke sector. Je kan het gewoon niet meer negeren. Innovatie is niet weggelegd voor een innovatieteam of een R&D-afdeling. Het is iets voor en van ons allemaal.” Technologie speelt daarin een grote rol. “Voor het eerst in de geschiedenis automatiseren we niet alleen mankracht, maar ook denkwerk. Dat zorgt voor een enorme versnelling. We kunnen dingen sneller, slimmer en efficiënter doen dan ooit tevoren”, zegt Anthuenis.
Zekerheden loslaten
Die versnelling heeft een enorme impact, die veel verder gaat dan bedrijven alleen. “Er gaan jobs verdwijnen. Dat is geen doemdenken, het is gewoon de realiteit”, beklemtoont Anthuenis. “En we moeten dat ook durven benoemen en onder ogen durven zien.” Volgens haar ligt de grootste uitdaging echter niet op bedrijfsniveau, maar op maatschappelijk niveau. “Onze hele maatschappij is gebouwd rond arbeid. Wie je bent, wordt vaak bepaald door wat je doet. Maar wat gebeurt er als dat wegvalt?” Die vraag raakt aan een bredere, meer filosofische discussie. “Innovatie zet een fundamenteel maatschappelijk vraagstuk op gang. Het gaat niet alleen over efficiëntie of productiviteit, maar over zingeving, identiteit en hoe we waarde definiëren.”
“We evolueren naar een samenleving waarin mensen minder zullen werken, maar meer tijd zullen hebben. En dat dwingt ons om te herdenken hoe we die tijd invullen”, gaat ze verder. “Misschien gaan we meer inzetten op zorg, op engagement of op maatschappelijke bijdrage. Dingen die vandaag minder zichtbaar of minder ‘gewaardeerd’ zijn in economische termen.” Dat heeft ook gevolgen voor hoe we naar onderwijs en talent kijken. “We moeten stoppen met jongeren op te voeden met de vraag ‘wat wil je worden?’. In plaats daarvan zouden we veel meer moeten focussen op ‘wie wil je zijn?’ en ‘hoe wil je bijdragen?’ We bevinden ons in een superboeiende, maar ook geen evidente periode. Want we moeten een aantal zekerheden loslaten die we decennialang als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen.”
“We durven niet meer falen, terwijl dat net de motor is van innovatie.”
Waarom innovatie vastloopt
Veel bedrijven zijn vandaag bezig met innovatie. Ze hebben labs, starten projecten en experimenteren met nieuwe technologieën. Maar vaak blijft het daarbij. Volgens Anthuenis zit het probleem minder in middelen of structuur, en meer in hoe we naar innovatie kijken. “We zijn extreem resultaatgericht. We verwachten dat elke actie meteen iets oplevert. Maar zo werkt innovatie helaas niet. Innovatie betekent experimenteren, en dus ook falen. En dat vinden we moeilijk. We durven niet meer falen, terwijl dat net de motor is van innovatie.”
In Europa hangt er nog vaak een stigma rond falen. Nochtans is het een onmisbaar onderdeel van vooruitgang. “De meeste ondernemers falen één of meerdere keren. Maar we praten daar te weinig over. We focussen vooral op de succesverhalen, en dat geeft een vertekend beeld”, stelt Anthuenis. Volgens haar moeten we falen dan ook anders leren bekijken: niet als iets negatiefs, maar als een noodzakelijke stap in het proces. “We mogen ondernemers die falen niet in een verdomhoekje duwen. Integendeel. Want daar zit vaak enorm veel leerkracht en ervaring.” Daar hoort ook een andere manier van werken binnen organisaties bij. “Durf sneller stoppen met projecten waarvan je weet dat ze niet werken. Trek de stekker eruit. En begin opnieuw, met wat je geleerd hebt.”
Ecosystemen ontstaan niet vanzelf
Samenwerking is een ander sleutelwoord in innovatie. Maar ook dat dreigt soms een leeg begrip te worden. “Een ecosysteem bouw je niet op één dag. Dat moet groeien, het is iets dat tijd nodig heeft”, benadrukt Anthuenis. Ze ziet wel dat het Belgische innovatie-ecosysteem de voorbije jaren duidelijk sterker is geworden. “Je ziet ondernemers die zelf succesvol waren en nu anderen mee vooruithelpen. Zo groeit een cultuur waarin kennis gedeeld wordt en mensen elkaar versterken. En het is daar dat nieuwe ideeën ontstaan, op het kruispunt van startups, corporates, technologie en beleid.”
Toch is er nog werk aan de winkel, zeker op beleidsniveau. “De overheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het op gang trekken van het ecosysteem. Maar op een bepaald moment moet ze ook durven loslaten”, zegt Anthuenis. Te veel sturing of ondersteuning kan volgens haar zelfs remmend werken. “Als je alles probeert te structureren of controleren, haal je de dynamiek eruit. Innovatie heeft ruimte nodig, frictie en experimenten.” Daarmee geeft ze meteen ook een duidelijke boodschap aan het beleid. “Misschien moeten we minder proberen sturen en meer vertrouwen geven aan ondernemers en de markt.”
Leiderschap staat onder druk
Innovatie verandert ook hoe organisaties werken, en vooral leiderschap. “Leiderschap staat vandaag enorm onder druk”, zegt Anthuenis. “De verwachtingen zijn gigantisch. Bovendien verandert de structuur van organisaties. “Je ziet dat middle management-lagen verdwijnen. Organisaties worden vlakker en er is meer directe communicatie en besluitvorming.” Dat klinkt positief, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. “De druk op leiders neemt hierdoor enorm toe. En tegelijk verwachten we dat zij alles oplossen, ook het welzijn van medewerkers. Dat is volgens mij niet realistisch. We moeten stoppen met denken dat een leidinggevende verantwoordelijk is voor alles. Iedereen is ook zelf verantwoordelijk voor zijn of haar eigen welzijn.”
Dat komt neer op een andere balans tussen organisatie en individu. “Leiders moeten de juiste context creëren: een cultuur waarin mensen kunnen groeien, experimenteren en fouten maken. Maar medewerkers moeten daarnaast ook zelf verantwoordelijkheid willen nemen.” De link tussen leiderschap en welzijn wordt daarbij steeds belangrijker. “Innovatie gaat niet alleen over technologie. Het gaat ook over mensen. Over hoe ze zich voelen, hoe ze functioneren en hoe ze samenwerken. En dat zal alleen maar belangrijker worden. Want we gaan meer mensen hebben die zich niet goed voelen en die zoeken naar houvast. Daar moeten we als organisaties en als maatschappij oplossingen voor proberen vinden.”
Jezelf in vraag stellen en heruitvinden
Wat moeten bedrijven doen om relevant te blijven? Volgens Anthuenis begint alles met een eenvoudige, maar confronterende vraag. “Stel jezelf de vraag: als mijn bedrijf binnen vijf jaar niet meer bestaat, wie zal mij dan vervangen hebben? Die oefening dwingt bedrijven om los te komen van hun huidige realiteit en anders te kijken naar hun eigen model. Je moet jezelf heruitvinden voordat iemand anders het doet. Dat betekent niet dat je het heden uit het oog verliest, maar wel dat je vooruit blijft denken. Je moet altijd met één voet in vandaag staan en met één voet in morgen.”
Dat is ook nodig, want in sommige sectoren verdwijnen businessmodellen in een paar jaar tijd. Denk aan marketing: wat vroeger een dienst was, kan vandaag grotendeels geautomatiseerd worden. Dat vraagt flexibiliteit, en vooral het besef dat je niet kan blijven werken zoals vandaag. “Bedrijven die nog denken ‘dit zal bij ons wel meevallen’, nemen een groot risico. De sleutel zit volgens mij niet in één moment, maar in hoe je ermee omgaat in het dagelijkse werk. Niet één keer per jaar op een strategiedag, maar voortdurend, als mindset en manier van werken.”
“De bedrijven die gaan winnen, zijn degenen die het best samenwerken.”
Samenwerking in plaats van concurrentie
In die toekomst wordt samenwerking steeds belangrijker. “De bedrijven die gaan winnen, zijn niet per se de grootste of de slimste, maar degenen die het best samenwerken.” Concurrentie maakt steeds vaker plaats voor samenwerking en co-creatie. “Wie vandaag je concurrent is, kan morgen je partner zijn. Die dynamiek verandert heel snel. Dat vraagt een andere houding. Met meer openheid, meer vertrouwen en meer bereidheid om samen te werken.”
Ook informele netwerken spelen daarin een grote rol. “Veel belangrijke samenwerkingen ontstaan niet in vergaderzalen, maar in gesprekken. Op events, in ontmoetingen, in spontane connecties. Daar zit ook de kracht van initiatieven zoals SuperNova. Mensen komen daar samen, wisselen ideeën uit en bouwen relaties op. Dat brengt innovatie echt op gang.”
Innovatie als mindset
Innovatie herleiden tot technologie of tools is volgens Anthuenis te beperkt. “Technologie helpt uiteraard, maar daar stopt het niet. Het gaat vooral over hoe je naar je bedrijf kijkt en welke keuzes je maakt. Dat betekent ook dat je dingen in vraag durft te stellen die lang vanzelfsprekend waren. We zitten in een periode waarin veel verandert. Dat zorgt voor onzekerheid, maar tegelijk ook voor nieuwe mogelijkheden”, zegt Anthuenis.
Bedrijven die blijven experimenteren, samenwerken en zich aanpassen, bouwen volgens haar stap voor stap een voorsprong op. Niet door één grote sprong, maar door continu bij te sturen. “Het belangrijkste is dat je ermee bezig blijft. Dat je blijft kijken: wat kan anders, wat kan beter? Het is geen kwestie van één grote verandering, maar van blijven bewegen, ook als het nog niet helemaal duidelijk is waar je uitkomt.”