Balans 2025: de vooruitgang en uitdagingen van inclusie in België
In 2025 heeft België zichtbare vooruitgang geboekt op het vlak van inclusie, maar de weg is nog lang. Steden als Brussel, Luik en Leuven zorgen ervoor dat stedelijke ruimtes een nieuw gezicht krijgen dankzij toegankelijke voorzieningen en burgerinitiatieven. Toch blijft inclusie – tussen politieke ambities, budgettaire beperkingen en hardnekkige ongelijkheden – een kwetsbaar ideaal.
Inclusie als nationale prioriteit
“Het feit dat we vandaag überhaupt de vraag naar inclusie stellen, toont aan dat het een actueel thema is geworden. Tien jaar geleden spraken we er niet op deze manier over”, benadrukt Patrick Charlier, directeur van Unia. Volgens hem weerspiegelt dat een diepgaande evolutie: de Belgische samenleving is geëvolueerd van loutere integratie naar een inclusieve benadering, waarbij de maatschappij zich aanpast aan de diversiteit van haar burgers – en niet omgekeerd. “Inclusie beperkt zich niet langer tot handicap”, legt hij uit. “Ze omvat nu de gelijke en evenredige participatie van alle mensen in alle domeinen van het maatschappelijk leven: onderwijs, huisvesting, werk of cultuur.”
Deze transversale aanpak heeft geleidelijk zijn weg gevonden in het overheidsbeleid. Zowel de regionale als de federale administraties ontwikkelen steeds meer actieplannen, terwijl terreinorganisaties steeds vaker rechtstreeks deelnemen aan het opstellen van decreten. “Je voelt dat er een politieke bewustwording op gang komt”, bevestigt Pierre Genty, projectverantwoordelijke mobiliteit bij CAWaB. “De kwestie van toegankelijkheid wordt opgenomen in de grote regionale plannen en in de begrotingsdiscussies.”
Sinds juni 2025 verplicht een Europese richtlijn de lidstaten om hun burgers toegang te geven tot essentiële goederen en diensten, zoals banken of openbaar vervoer. België heeft deze richtlijn omgezet, maar verenigingen betreuren een gedeeltelijke uitvoering. “België heeft niet alle opties uit de richtlijn overgenomen. Er ontbreken nog controle- en sanctiemechanismen”, betreurt Genty. Voor Patrick Charlier ligt de uitdaging dieper: “De wet schept een kader, maar het zijn de dagelijkse praktijken die inclusie tot stand brengen. De uitdaging is om van de norm naar de realiteit te gaan.”
“Het feit dat we over inclusie praten, toont hoe centraal het thema is geworden.”
Concrete maar broze vooruitgang
In de scholen zijn redelijke aanpassingen aanzienlijk toegenomen. “Wat twintig jaar geleden niet bestond, is vandaag vanzelfsprekend”, merkt Charlier op. “Als er nu een kind in een rolstoel op school komt, past de klas zich aan – niet omgekeerd.”
Pierre Genty wijst ook op belangrijke stedelijke vooruitgangen in 2025: “Lijn 10 in Neder-Over-Heembeek en de tram van Luik hebben vanaf het begin rekening gehouden met de noden van personen met een beperkte mobiliteit, wat een belangrijke stap vooruit is.” Hij prijst ook de modernisering van het Brusselse tramnet, waarvan inmiddels bijna een derde toegankelijk is. Leuven, dat in 2022 de Access City Award van de Europese Commissie won, geldt als voorbeeld. “Leuven werd bekroond om zijn coherente visie op toegankelijkheid”, legt Genty uit. “De stad heeft de behoeften van personen met een handicap geïntegreerd in haar stedelijke planning, openbaar vervoer en communicatie.”
Maar deze vooruitgang botst nog steeds op economische beperkingen: “De ambitie van de teksten hangt altijd af van de publieke middelen. Zonder bindend kader en voldoende budget dreigt alles te stagneren.” Voor de directeur van Unia is inclusie bovendien een mentale kwestie: “Onze samenleving is georganiseerd volgens het model van de meerderheidsgroep. Zodra je daarvan afwijkt, bots je op vaak onzichtbare obstakels.”
Een inclusiecultuur die nog moet groeien
Inclusie hangt niet alleen af van infrastructuur, maar ook van een bredere verandering in gedrag en mentaliteit. “Universele toegankelijkheid moet op alle niveaus van de samenleving worden meegenomen”, benadrukt Genty. “Zelfs de persoon die de straatstenen legt, moet worden opgeleid en gesensibiliseerd. Wie begrijpt waarvoor een geleidelijn dient, zal ze beter aanbrengen.”
Patrick Charlier waarschuwt op zijn beurt voor een nieuwe vorm van uitsluiting: de digitale kloof. “Sinds de coronaperiode digitaliseren diensten in een razendsnel tempo. Zo’n 40% van de bevolking heeft digitale moeilijkheden. Dat wordt een nieuwe vorm van discriminatie.” Een arrest van het Grondwettelijk Hof verplicht de overheid om een niet-digitaal alternatief aan te bieden voor essentiële procedures — een prioriteit voor Unia in 2026.
Voor Pierre Genty ligt de sleutel tot inclusie in overleg en bewustwording: “In contact treden met experts, vooraf overleggen — dat voorkomt dure fouten en zorgt voor duurzame resultaten.”
De vooruitgang van 2025 toont een reële, maar onvolledige evolutie. Inclusie is uitgegroeid tot een erkende norm, maar nog geen collectieve reflex. “In contact komen met diversiteit maakt mensen toleranter”, besluit Patrick Charlier. “Inclusie betekent plekken en momenten delen met mensen die anders zijn dan jijzelf.” ☉