zo 19 jul
NL
Inclusie & Diversiteit

Online haatspraak: detecteren, reguleren, sensibiliseren

Online haat neemt explosief toe, versterkt door een economisch model en algoritmes die precies dit soort content belonen. Tegelijk blijkt het bijzonder moeilijk om sociale mediaplatformen te verplichten mee te werken aan de identificatie van daders. Hoe doorbreek je deze toxische dynamiek en stimuleer je verantwoordelijkheid, zonder daarbij de vrije meningsuiting te beknotten?

9 juli 2026Door Aline Cordier Simonneau3 min. leestijd

Racisme, homofobie, seksisme… De online sfeer wordt steeds giftiger. En dat is geen indruk: de start-up Textgain, een “AI for Good”-bedrijf, heeft het fenomeen objectief gemeten en gedocumenteerd. “Het economisch model van sociale netwerken draait om engagement. Polarisatie is winstgevend omdat zulke posts meer klikken en langere kijktijd genereren”, zegt Guy De Pauw, CEO van Textgain.

Polarisatie

Dat beeld wordt bevestigd door Unia, de onafhankelijke openbare instelling die onder meer bevoegd is voor discriminatie in de digitale wereld en op Europees niveau erkend is als trusted flagger. “Facebook, Instagram, YouTube, TikTok en X zijn de kanalen waarvoor wij de meeste meldingen ontvangen”, vertelt Émilie*, juriste bij Unia. Wanneer haatspraak illegaal is, stuurt Unia een verwijderverzoek naar het platform. Door beperkte middelen kan Unia niet systematisch gerechtelijke stappen zetten.

In 2024 had 60% van de haatdossiers die Unia behandelde betrekking op “raciale” criteria (waaronder antisemitisme), gevolgd door seksuele geaardheid en religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen. “De schade voor slachtoffers van online haat is dezelfde als in het echte leven. Daarom bieden we ondersteuning aan slachtoffers van cyberpesten”, legt ze uit.

Ook journalisten worden vaak geconfronteerd met digitale haat en cyberpesterijen: “Vooral rond seksisme, racisme en complottheorieën”, zegt Audrey Adam, advocate in mediarecht en gastprofessor aan het IHECS.

Er ontbreekt nog steeds stevige regulering die platforms verplicht transparant en verantwoordelijk te worden
Guy De PauwCEO Textgain

Het juridische kader herdenken

De Belgische wetgeving biedt vandaag onvoldoende antwoord op de problematiek. Platforms werken niet altijd mee aan de identificatie van personen die online haat verspreiden. “Zonder auteur houdt een dossier gewoon op”, zegt Audrey. Zij pleit voor regels die platforms, na een rechterlijke beslissing, verplichten om de identiteit van auteurs vrij te geven. Een andere mogelijke piste: “Eén partij laten instaan voor de identiteitsgegevens achter accounts, zodat schijnanonimiteit onmogelijk wordt”, klinkt het.

Daarnaast is er een tweede obstakel. In België gelden schriftelijke online uitingen die een strafbaar feit vormen als persmisdrijven, waardoor ze onder de bevoegdheid van het hof van assisen vallen. “Dat speelt in het voordeel van haters, die weten dat ze daar nooit zullen worden vervolgd”, merkt Audrey op. Er bestaan twee uitzonderingen: haatspraak gelinkt aan racisme of xenofobie wordt wél behandeld door de correctionele rechtbank. Voor Émilie van Unia zou een wijziging van artikel 150 van de Grondwet het mogelijk maken om ook andere discriminatiegronden (leeftijd, religie, politieke overtuiging, …) voor de correctionele rechtbank te brengen.

Op Europees niveau financiert de Commissie sinds 2020 het European Observatory of Online Hate (EOOH), een platform dat haat en desinformatie monitort in de 24 officiële EU-talen, gecoördineerd door Textgain. Het bedrijf ontwikkelde onder meer een meertalig taalmodel en AI-tools die haatcontent automatisch detecteren. Deze tools helpen om zichtbaar te maken hoe toxisch bepaalde online ruimtes zijn.

Recent zorgde de Digital Services Act (DSA) voor een belangrijke stap vooruit. “De DSA wil platforms reguleren, hen verplichten tot meer transparantie over hun algoritmes en hen verantwoordelijk maken voor schadelijke content”, aldus Audrey. Toch gaat het volgens Guy nog niet ver genoeg: “We hebben een nóg strenger kader nodig dat platforms transparantie en verantwoordelijkheid oplegt, en vooral de tools om dat af te dwingen.”

De zichtbaarheid van haatspraak verminderen is een collectieve verantwoordelijkheid
Émilie*Juriste bij Unia

Educatie en verantwoordelijkheid

Voor Émilie is de kern duidelijk: “De zichtbaarheid van online haat verminderen is een collectieve verantwoordelijkheid. Dat betekent: illegale inhoud melden, moderators aanspreken, haatreacties onder je eigen posts verwijderen,…” Unia geeft daarom ook opleidingen en sensibilisering aan burgers, politiediensten en bedrijven. “De uitdaging is vrijheid van meningsuiting te behouden (essentieel voor een open debat) en tegelijk haatspraak duidelijk te verbieden”, besluit ze.

Ook het bredere vraagstuk van vertrouwen en toegang tot betrouwbare informatie speelt mee. “Mediawijsheid moet al op school beginnen”, pleit Audrey. “Kinderen moeten leren hoe je je informeert: welke bronnen betrouwbaar zijn, wie media financiert… Dat is noodzakelijk om te kunnen filteren in de enorme stroom aan content die we dagelijks binnenkrijgen.”

* Omwille van de gevoeligheid van het thema kiest deze expert voor anonimiteit.