zo 19 jul
NL
Inclusie & Diversiteit

Schoolinclusie in België: een systeem onder druk

Veroordeeld door het Europees Comité voor Sociale Rechten wordt de Federatie Wallonië-Brussel opgeroepen om haar systeem voor schoolinclusie te versterken. Hoewel er op het terrein vooruitgang zichtbaar is, tonen getuigenissen van onderwijsactoren en internationale organisaties aan dat er nog steeds obstakels bestaan, zoals een gebrek aan middelen, structurele ongelijkheden en pedagogische uitdagingen.

9 juli 2026Door Justine Doyen4 min. leestijd

Een fundamenteel recht onder druk

De recente beslissing van het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) benadrukt de beperkingen van het inclusiebeleid in de Federatie Wallonië-Brussel, dat nog steeds geconfronteerd wordt met aanhoudende ongelijkheden. Tussen politieke wil en concrete uitvoering blijft er een structurele kloof bestaan, waardoor de effectiviteit van een fundamenteel recht in vraag wordt gesteld.

Volgens Nassima El Ouady, verantwoordelijke Strategie en Innovatie bij Plan International België, wijst deze situatie op een systemische tekortkoming. “Er is een grote kloof tussen de juridische engagementen en de realiteit. Het recht op inclusief onderwijs wordt onvoldoende gerespecteerd.” Volgens haar komt deze kloof vooral door een gebrek aan coördinatie tussen institutionele actoren, onvoldoende menselijke en financiële middelen, maar ook door een inclusieconcept dat vaak te beperkt of versnipperd blijft.

De cijfers bevestigen deze zorgwekkende tendens: kinderen met een handicap lopen duidelijk meer risico op schooluitval of op doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs, soms bij gebrek aan alternatieven. Deze kwetsbaarheid wordt nog groter wanneer ze samenvalt met andere factoren zoals gender, sociale afkomst of armoede, wat wijst op cumulatieve en diepgewortelde uitsluitingsmechanismen in het onderwijssysteem.

Onderwijsteams ontwikkelen meer inclusieve praktijken
Stéphanie Henrottecoördinatrice van het Pôle libre Saint-Joseph Sainte-Croix

Inclusieve praktijken in opmars, maar nog beperkt

In de praktijk zijn er echter wel degelijk veranderingen zichtbaar die wijzen op een wil tot vernieuwing. Sinds de invoering van de territoriale ondersteuningscentra krijgen scholen meer begeleiding om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op te vangen.

Stéphanie Henrotte, coördinatrice van het Pôle libre Saint-Joseph Sainte-Croix in de provincie Luik, merkt een positieve dynamiek op: “Onderwijsteams vragen vaker ondersteuning en ontwikkelen geleidelijk meer inclusieve praktijken. Leerkrachten kunnen hun aanpak beter afstemmen en adequater inspelen op de noden van elke leerling.” Dit werk steunt op een nauwe samenwerking tussen leerkrachten, CLB-centra (PMS), gezinnen en gespecialiseerde professionals. Deze multidisciplinaire aanpak maakt het mogelijk om onderwijspraktijken aan te passen, de noden van leerlingen beter te begrijpen en individuele aanpassingen voor te stellen. Differentiatie van leermiddelen, flexibilisering van leertempo’s en het gebruik van digitale tools zijn enkele hefbomen die het leren toegankelijker maken.

Toch moeten leerkrachten, hoewel ze beter ondersteund worden, omgaan met steeds heterogenere klassen en soms complexe situaties, zonder altijd over voldoende tijd of middelen te beschikken. “Leerkrachten zijn beter uitgerust, maar het blijft een proces in opbouw”, stelt Henrotte. “Ondanks de verlenging blijft de lerarenopleiding onvoldoende ingaan op specifieke stoornissen en noden. In combinatie met een gebrek aan middelen belemmert dit de veralgemening van echt inclusieve praktijken.”

Daarnaast blijft de fysieke toegankelijkheid van schoolgebouwen een belangrijk structureel probleem: verbeteringen zijn er wel, maar garanderen nog geen universele toegankelijkheid. Wanneer gebouwen niet aangepast zijn aan leerlingen met een motorische of sensorische beperking, zoeken scholen alternatieve oplossingen.

Het recht op inclusief onderwijs wordt onvoldoende gerespecteerd
Nassima El OuadyVerantwoordelijke Strategie en Innovatie bij Plan International België

Gecumuleerde ongelijkheden die inclusie in vraag stellen

Naast pedagogische en materiële uitdagingen maakt schoolinclusie deel uit van een bredere sociale realiteit, gekenmerkt door meerdere en overlappende ongelijkheden. Nassima El Ouady benadrukt het belang van een intersectionele aanpak, die rekening houdt met het cumulatieve effect van discriminaties. “Een leerlinge met een handicap kan tegelijk geconfronteerd worden met obstakels door genderstereotypen, economische precariteit en haar leeftijd”, legt ze uit.

Deze kruiselings werkende ongelijkheden maken schooltrajecten complexer en stellen vragen over het vermogen van het onderwijssysteem om op een eerlijke manier in te spelen op steeds diversere noden. Ze tonen ook de noodzaak aan van een globale aanpak die verder gaat dan de school alleen en een versterkte samenwerking vereist tussen onderwijs-, sociale en gezondheidssectoren.

Vandaag tekenen zich verschillende prioriteiten af: de opleiding van leerkrachten versterken, het aantal gespecialiseerde personeelsleden verhogen, tijd vrijmaken voor overleg en investeren in écht inclusieve infrastructuur. Maar naast middelen is ook een paradigmaverschuiving noodzakelijk.

Lange tijd werd inclusie gezien als een organisatorische last, maar vandaag vraagt ze om een herziening van praktijken, het waarderen van diversiteit in schooltrajecten en het versterken van solidariteit en gelijkheid. Zoals Nassima El Ouady stelt: “Inclusief onderwijs is in de eerste plaats een recht. De instellingen hebben de plicht om elk kind een kwaliteitsvol en inclusief onderwijs te garanderen. Investeren in onderwijs komt de hele samenleving ten goede: iedereen wint erbij.”

Tussen vooruitgang en blijvende uitdagingen

Tussen reële vooruitgang en hardnekkige uitdagingen blijft schoolinclusie in België een werk in uitvoering. De veroordeling door het ECSR fungeert als een alarmsignaal: het effectief garanderen van het recht op onderwijs voor iedereen vereist dat intenties worden overstegen en inclusie duurzaam wordt verankerd in praktijken, middelen en structuren.