Wat was voor jou de vonk achter Project 22?
“Dat begint eigenlijk nog voor dat project. Toen ik Julian leerde kennen, schreef ik over beeldende kunst voor kranten en magazines. Door haar rolde ik plots in een wereld vol drag queens en superactivistische, kleurrijke figuren. Ik vond dat zó boeiend dat ik erover wilde schrijven, maar meestal kreeg ik een ‘nee’. Het was te raar, te niche – we spreken ondertussen over vijftien jaar geleden. Daarom begonnen we ons eigen online magazine. Julian leerde zichzelf Photoshop en InDesign aan, ik begon wereldwijd queer kunstenaars en denkers via Skype te interviewen. Gratis, in het Engels, zodat het voor iedereen toegankelijk was. Een magazine waarvan Julian hoopte dat het bestond toen zij jong was. En plots hadden we 750.000 lezers. Dan besef je: wij hebben een stem, en die stem komt met verantwoordelijkheid.”
Wanneer kwam dan het idee om in alle landen te trouwen waar twee vrouwen mogen trouwen?
“Op een avond zaten we met vrienden te praten. Heel open-minded mensen, maar zelfs zij wisten niet dat we toen, in 2017, slechts in 22 landen konden trouwen. Als zij het al niet wisten, hoe zat het dan met alle anderen? Die nacht ontstond bij mij het idee, en vertelde ik het aan een nog slaperige Julian. ’s Ochtends zat zij al achter haar laptop met een Excelsheet om te bekijken hoe we dit konden waarmaken, want we hadden natuurlijk het geld niet. We verkochten letterlijk alles wat we hadden en zijn met twee koffers in de hand vertrokken.”
Naar New York?
“Klopt. In België waren sommige mensen misschien toch wat terughoudend, maar in New York werd ons eerste huwelijk en het project gigantisch opgepikt. Daar denkt iedereen groot, dat hadden we nodig. We stonden in de New York Times, Ashton Kutcher interviewde ons, en Ellen DeGeneres belde. Landen belden ons zelfs om te vragen waar we daar gingen trouwen.
Het was geweldig.”
Maar toen sloeg het noodlot toe.
“Na New York volgden inderdaad Amsterdam, Antwerpen en Parijs, waar Julian duizelig werd. Ze werd gediagnosticeerd met meerdere hersentumoren en zes weken later was ze er niet meer. Ik kwam thuis met twee koffers en 125 euro. Alles was weg.”
En toen?
“Na haar dood kon ik bij vrienden op de bank logeren en wilde ik vooral mijn herinneringen opschrijven, uit schrik om ze kwijt te raken. Ik ben anderhalf jaar lang ’s nachts gaan afwassen, zodat ik overdag kon slapen, schrijven, wandelen en nadenken.”
En dan het boek, de film…
“Ja, oorspronkelijk was dit niet mijn idee, tot uitgeverijen begonnen te vragen om van mijn notities een boek te maken. Dat geschiedde, en daarna kwamen de zeven productiehuizen die er een film van wilden maken. Voor mij om de foute reden: een rouwfilm maken. Terwijl mijn verhaal gaat over liefde, en over wat je als individu kunt veranderen als je op je strepen staat. Via Angelo Tijssens kwam ik dan bij Michiel en Lucas Dhont terecht en binnen vijf minuten wist ik: met hen ga ik samenwerken.”
“Sommige politici brengen ons ook gewoon in gevaar door zelf sterke uitspraken te doen tegen de LGBTQ-gemeenschap.”
Hoe was het om de film uiteindelijk te zien?
“Ik was heel erg betrokken: ik zag flarden en montages. En dat bleek nodig, want de eerste keer op het grote scherm – in Toronto – was zwaar. Het kwam té dichtbij. Ik leef natuurlijk nog, en iemand speelt ook mijn leven na. Dat is confronterend en prachtig tegelijk.”
Wat hoop je dat mensen meenemen uit het boek en de film?
“Ik kreeg onlangs het mooiste compliment van iemand die zei: ‘Ik ben binnengegaan om een film over twee vrouwen te zien, maar ik ben buitengekomen en ik heb een film over twee mensen gezien.’ Je ziet gewoon twee mensen die elkaar graag zien. Wat is daar raar aan? Tegelijk denk ik ook: kijk naar wat er in de VS gebeurt met al dat geweld in scholen of gun violence. Fixeren we ons dan niet op de foute mensen en kijken we niet de verkeerde richting uit?”
Zie je dingen achteruitgaan?
“Ja. Een paar maanden geleden toonde een onderzoek aan dat de jeugd minder tolerant is voor holebi’s, en zelfs 65% vond geweld tegen homoseksuelen aanvaardbaar. Tegelijk schrapt Italië plusmoeders uit het geboorteregister. Onze maatschappij gaat achteruit. En niks staat hier in de grondwet, dus iedere beslissing om het om te keren kan ook zo genomen worden. Sommige politici brengen ons ook gewoon in gevaar door zelf sterke uitspraken te doen tegen de LGBTQ-gemeenschap. Als zij dat al mogen, waarom de mens in de straat dan niet?”
Is er bijgevolg ook minder ruimte voor gesprek?
“Absoluut. Alles is gepolariseerd. Mensen lezen iets op sociale media of krijgen walgelijke video’s over geweld te zien, en vormen zo een mening. Informeer je toch eerst even denk ik dan. Mijn algoritme op Instagram zit vol met schrijvers, journalisten en activisten. Ik leef in een ideale wereld. (lacht)”
Wat kunnen mensen meer doen volgens jou?
“Spreek je uit. Heel veel mensen zeggen wel dat ze akkoord gaan met bepaalde zaken, maar posten dan enkel hun kat op sociale media. (lacht) Dat mag, maar als je écht iets wil veranderen, mag je je stem niet onderschatten. Het ‘ripple effect’ bestaat. Je bereikt zo 50 mensen zonder dat je het beseft.”
Dit alles begon met een kunstproject. Heeft wat nadien gebeurde je blik op kunst veranderd?
“Ja. Kunst kan echt proberen de wereld te veranderen. Ik heb binnenkort een debat in Oostende over kunst als veranderende kracht, samen met een politicus. Want kunstenaars kunnen mensen aan het denken zetten, maar politici moeten het op de agenda zetten. Die link interesseert mij enorm. Als je dus wil weten wat er in een maatschappij misloopt, kijk dan naar wat kunstenaars doen. Die hebben misschien niet altijd de juiste antwoorden, maar ze stellen wel de juiste vragen.”
“Kunstenaars hebben misschien niet altijd de juiste antwoorden, maar ze stellen wel de juiste vragen.”
En jouw kunst?
“Artikels werden Project 22, dat werd een boek en is verfilmd. Vandaag geloof ik ook echt volledig in dat laatste medium. Mensen hebben het focusvermogen van een fruitvlieg tegenwoordig. (lacht) Rust wordt de grootste luxe van de toekomst denk ik, en lezen vraagt net om rust. Film komt meteen binnen. Dus ik wil nu meer films maken.”
Wat betekent inclusie eigenlijk voor jou?
“Inclusie betekent dat iedereen een plaats aan tafel krijgt en meebeslist. Dat is nu nog heel eenzijdig. Zeker voor mensen van kleur en LGBTQ-personen. Maar eigenlijk moet je nog vroeger beginnen: bij het begrip intersectionaliteit. Alles is verbonden: armoede raakt vrouwen en mensen van kleur harder, witte vrouwen hebben dan weer een voordeel op vrouwen van kleur… Dat kruispuntdenken is essentieel om te zien wie vandaag echt uit de boot valt.”
Zie je ook problemen in hoe bedrijven met inclusie omgaan?
“Ja. Ze denken: we hebben een homo of een zwarte vrouw, dus dat kunnen we al afvinken. Zo werkt het natuurlijk niet. Tegelijk ben ik het ook beu dat alles de schuld is van ‘de witte man’. Eén slecht voorbeeld, en een hele groep wordt geviseerd. Dat kan niet, we moeten het samen doen en niet iemand anders discrimineren omdat we zelf gediscrimineerd worden.”
Welke rol zie je ook hierin voor de media?
“Die zijn niet echt goed bezig, en zouden dit thema meer op de voorgrond moeten schuiven. Dat is vooral ook belangrijk naar onze jongeren toe. De meeste jongeren die zelfmoord plegen, zijn queer personen. Omdat ze gepest worden, omdat ze niet gezien worden. Die moeten weten dat het anders kan. Net daarom moet die representatie veel beter. Ik krijg zóveel berichten van mensen die schrijven: ‘Ik zag het allemaal niet meer zitten, maar ik heb jouw boek gelezen en misschien is er toch hoop.’ Als dat het resultaat mag zijn van mijn werk… laat mij dan maar blijven creëren.”
Wat zou je willen zeggen tegen jonge LGBTQ+ personen die hun weg zoeken?
“Spreek je uit. Zeg het als je ongelukkig bent. De meeste mensen zijn niet slecht – als jij zegt wat er scheelt, gaan mensen luisteren. Het gevaar dreigt als je inkapselt en het grotere geheel niet meer ziet.”
En tegen wie nog steeds de oogkleppen op heeft?
“Probeer met liefde te kijken. Iedereen heeft het moeilijk. Om de rekeningen te betalen, om mee te draaien in de maatschappij, om wat dan ook. Maar het helpt niet om mensen te discrimineren en zondebokken te zoeken. Bedenk gewoon: dit kan jouw kind zijn.” ☉
Wist-je-dat…
Heb je een ochtendgewoonte die je dag meteen beter maakt?
“Eerlijk? Koffie. (lacht) Nee, eigenlijk begint het al bij het opstaan zelf. Ik leef heel graag, en dat besef is alleen maar groter geworden na Julians dood. In het begin zat ik natuurlijk diep – rouwen is rauw, en je moet mild zijn voor jezelf. Maar op een bepaald moment dacht ik: hoe durf ik in het donker blijven zitten terwijl zij zo graag had willen leven? Ik krijg wél nog de kans. Dat verandert iets. Mijn levenslust is terug. Dus ja: koffie, een beetje zon door het raam, en bewegen op mijn roeimachine. Dan denk ik: dit ene wilde leven, wat ga ik daarmee doen?”