Als advocate kennen we haar van verschillende zaken in het seksuele strafrecht en geweldsdelicten die meermaals controverse opriepen bij het grote publiek. Intussen zagen we haar het afgelopen jaar ook op televisie opduiken in programma’s als Special Forces, Viva la Feta en De Tafel van Gert. Maar als het van Davina afhangt, staat ze vooral bekend om dat eerste: “Ik wil dat mensen me kennen als advocate. Dat is altijd mijn vertrekpunt.”
Van waar die overtuiging?
“Mijn job is mijn passie, en al moet je er soms wat dingen voor opgeven… ik zou niets anders willen zijn dan advocate. Ik heb nu in de media toevallig een platform gekregen waar ik vaak ook duiding kan geven, en ik probeer die kanalen daarvoor dan ook zo goed mogelijk te gebruiken. Ik heb duidelijke standpunten over hoe justitie werkt en hoe het beter kan, en die deel ik graag. Niet omdat ik de waarheid in pacht heb, maar omdat ik mensen wil informeren. Maar stopt dat op een dag, geen enkel probleem. Ik zal altijd voor de advocatuur kiezen.”
Die standpunten deel je ook graag op je sociale media. Waarom vind je dat zo belangrijk?
“Justitie is voor veel mensen een ver-van-mijn-bedshow. Begrijpelijk, want het strafwetboek dat we vandaag gebruiken, stamt nog uit 1867. Het taalgebruik is archaïsch, de procedures zijn vaak ondoorzichtig. Dan kan je burgers niet kwalijk nemen dat ze er geen vertrouwen in hebben. Ik probeer dat te doorbreken door moeilijke zaken in heldere taal uit te leggen. Want als je iets eenvoudig kan uitleggen, dán begrijp je het pas echt. Zo hoop ik het vertrouwen in justitie stukje bij beetje te herstellen.”
Maar dat betekent soms ook tegen de stroom in gaan?
“Klopt. Ik durf fel te zijn, ook in debatten. En ja, dat zorgt soms voor kritiek. Maar opvallend genoeg krijg ik veel vaker positieve reacties, zelfs mails van mensen die schrijven: ‘Zo had ik het nog niet bekeken, bedankt voor de uitleg’. Natuurlijk krijg je ook negatieve reacties, of word je wel eens uitgescholden omdat je een bepaalde cliënt verdedigt. Maar ik verdedig niet per se de daad, wel de mens achter de daad. Dat onderscheid vergeten we vaak.”
Hebben mensen dan nog te vaak het beeld dat de advocaat van de dader altijd gaat voor vrijspraak?
“Zeker. Vrijspraak is lang niet altijd het doel. Vaak betwisten we de schuld zelfs niet. Dan gaat het om de strafmaat en hoe we recht kunnen doen aan álle partijen: de maatschappij, het slachtoffer én de dader. Ik ben een heel menselijke advocate. Soms kan mijn aanpak ervoor zorgen dat een cliënt toch bekent of excuses aanbiedt – iets dat voor slachtoffers heel belangrijk kan zijn in hun verwerkingsproces. Dat is voor mij net zo’n waardevolle bijdrage als een juridische overwinning.”
Je carrière startte bij Walter Damen. Hoe kijk je daarop terug?
“Ik heb daar een vrijwillige stage gedaan en ik ben kunnen blijven – wat altijd mijn droom was. Dat was een ongelooflijke kans, want zo kon ik meteen aan grote dossiers meewerken. Maar dat betekent niet dat het vanzelf ging. Ik heb er keihard voor gewerkt. Dat harde werk heeft gemaakt dat ik nu sta waar ik sta. En daar ben ik heel dankbaar voor.”
In je eigen kantoor… Ben je niet bang te veel hooi op je vork te nemen nu?
“Mijn omgeving dacht in het begin steeds dat ik zou opbranden. Maar ondertussen zien ze dat dit écht mijn passie is. Mijn job voelt niet als een verplichting. Het is eerder een roeping. Natuurlijk is het zwaar: je moet altijd beschikbaar zijn, ook ’s nachts of in het weekend. Maar ik haal er zoveel voldoening uit dat ik er energie van krijg.”
Kan je dan nog een privéleven opbouwen?
“Het is zoeken. Een werk-privébalans bestaat eigenlijk niet in het strafrecht. Maar ik probeer wel meer stil te staan bij vakantie en vrije tijd. Vroeger nam ik nooit verlof, nu wel. Ik ben dit jaar naar Zuid-Afrika en Barbados geweest – prachtige reizen. Al had ik wel mijn laptop mee op safari. (lacht) Dat hoort erbij. Gelukkig begrijp ik nu beter dat stilstaan ook nodig is.”
Ik heb nu in de media toevallig een platform gekregen waar ik vaak ook duiding kan geven, en ik probeer die kanalen daarvoor dan ook zo goed mogelijk te gebruiken
Je kleedt je opvallend kleurrijk, zeker voor een strafpleiter. Krijg je daar veel reacties op?
“In het begin zeker wel. Maar dit is gewoon wie ik ben. Al van in de kleuterklas liep ik er anders bij. Ik ga mijn eigenheid niet verliezen omdat ik nu advocate ben. Integendeel: ik voel me sterker in iets waar ik me goed in voel. Moest ik elke dag in een zwart mantelpak naar het werk moeten… ik zou doodongelukkig zijn! En ondertussen merk ik dat mijn collega’s en cliënten mij respecteren om mijn werk – mijn kledingstijl is geen issue meer.”
En je bent het bewijs dat vrouwen heus wel kunnen doorstoten in de advocatuur…
“Ja, al is ons systeem gebouwd door en voor mannen. Als vrouw bots je op obstakels, zeker als je zwanger wordt of kinderen krijgt. Veel vrouwelijke confraters haken dan af of kiezen voor een andere carrière, omdat het bijna niet combineerbaar is. Bovendien moet je als jonge vrouw vaak harder je plek opeisen. Ik heb het zelf ervaren: in het begin werd ik soms gewoon overgeslagen, terwijl ik wel mee aan tafel zat. Dan heb je lef nodig om je plaats te claimen.”
En als je succes hebt, komt er weer een ander vooroordeel: ‘Ze wordt gevraagd omdat ze er goed uitziet’?
“Soms wel, helaas. Ik kreeg al eens letterlijk de opmerking: ‘Je wordt alleen gevraagd omdat je een mooie verschijning bent, met ongetwijfeld ook een mening’. Dan denk ik: excuseer? Natuurlijk is het fijn als iemand je mooi vindt, maar ik wil in de eerste plaats erkend worden voor mijn werk. Ik sta niet waar ik nu sta door mijn uiterlijk, wel door mijn inzet en kennis. Dat vooroordeel steekt soms, maar ik laat het me niet tegenhouden.”
Je vertelde eerder al over je moeilijkere jeugd. Heeft dat je drive gevoed?
“Absoluut. Ik ben de eerste in mijn familie die verder studeerde. Advocaat worden leek vroeger bijna onbereikbaar. Maar ik had een sterk rechtvaardigheidsgevoel en ik wilde bewijzen dat ik wél iets kon bereiken. Dat was in eerste instantie voor mezelf. Ik heb altijd geweten: je moet vertrekken vanuit jezelf. Als je dingen alleen maar voor een ander doet, word je nooit gelukkig.”
Is dat een levenswijze die ook je partner begrijpt?
“Absoluut. Ik heb lang gedacht dat mijn levensstijl een potentiële partner zou kunnen afschrikken – en soms was dat ook zo. Maar ik kan mij niet volledig aanpassen voor iemand, mijn job hoort bij wie ik ben. Gelukkig heb ik nu iemand gevonden die daar perfect mee om kan en die zelf ook een bezige bij is. We begrijpen elkaar en hebben samen diepe gesprekken – dat is heel verrijkend. Bovendien bepaalt je relatie niet je identiteit. Pas op, ik ben stapelverliefd momenteel, we versterken elkaar en dat is fantastisch, maar je moet ook op jezelf kunnen staan. Wees ook blij met wat er gaande is in je leven, los van een andere persoon.”
Wat is je levensvisie vandaag?
“Mijn motto is: niets is onmogelijk. Als je hard werkt en erin gelooft, kan je veel bereiken. Ik ben daar zelf het bewijs van: vijf jaar geleden had ik nooit durven dromen dat ik nu mijn eigen kantoor zou hebben, assisenzaken zou pleiten en op tv mijn stem kon laten horen. Tegelijk probeer ik ook bewuster te genieten. Soms moet je gewoon springen, zoals toen ik besloot om naar mijn zus in Zuid-Afrika te reizen. Ik twijfelde lang, maar het was een van de mooiste ervaringen van mijn leven.”
En je dromen voor de toekomst?
“Op korte termijn wil ik mijn kantoor verder uitbouwen, maar wel kleinschalig en menselijk. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. Ik wil tijd maken voor cliënten, en ook voor het opleiden van jonge advocaten. Daarnaast wil ik me academisch verder verdiepen, en misschien zelfs lesgeven. Op langere termijn zou ik graag ook mee aan beleid werken, omdat ik echt geloof dat ons rechtssysteem beter kan. De politiek is nu nog niet aan de orde, maar wie weet ooit.”
Tot slot: wat is de grootste levensles die je al geleerd hebt?
“Doe wat goed voelt voor jou, en trek je niets aan van wat anderen zeggen. Vertrouw op jezelf, werk hard, en vergeet niet te genieten onderweg. Want uiteindelijk… niets is onmogelijk.” ☉
Wist-je-dat…?
Als je één kleur elke dag zou moeten dragen, welke is dat dan?
“Dan toch roze of rood denk ik. Kleuren die je trouwens ziet terugkomen op mijn nieuwe website en het logo van mijn eigen kantoor. Ik ben altijd best creatief geweest, en nu ik volledig zelf mocht kiezen hoe mijn branding eruitziet, heb ik iemand onder de arm genomen om dit tot in de puntjes uit te werken. Vanuit mijn visie, en dus met kleuren die knallen.”