Door Amaryllis De Bast

Hans Kluge: “Preventie is de meest kosteneffectieve vorm van zorg”

Als directeur van het WHO Regional Office for Europe overziet Hans Kluge een regio van 53 landen. Achter die internationale functie schuilt een Belgische dokter van opleiding die gelooft dat sterke gezondheidszorg begint bij nabijheid, vertrouwen en preventie. In tijden van stijgende kosten, personeelstekorten en mentale druk pleit hij voor menselijkheid. We gingen met hem in gesprek over de toekomst van betaalbare, duurzame zorg in Europa.

Wat betekent betaalbare zorg anno 2026 voor u, en voor de WHO?

“Er wordt veel gesproken over onbetaalbare zorg, maar het debat is vaak te eng. De publieke uitgaven aan gezondheid in de Europese Unie zijn in 2023 met 2,6% gestegen, maar dat blijft onder de inflatie. En ondertussen blijkt uit iedere enquête keer op keer dat mensen willen dat overheden investeren in twee domeinen: gezondheid en onderwijs. Niet in bommen. De echte vraag is: ‘Leiden extra uitgaven tot betere gezondheidsresultaten?’ Dat weten we niet altijd. Bepaalde technologieën of geneesmiddelen zijn duur, maar de meerwaarde is onduidelijk. Daarnaast moeten we vermijden dat druk op het systeem verschuift naar gezinnen via hoge out-of-pocket payments. Dat ondermijnt gelijkheid in de zorg.”

U zegt dus: burgers willen meer investeren in zorg. Waarom volgen politici dat niet altijd?

“Het is natuurlijk een politieke keuze. Maar ik wil België verdedigen: ze investeert boven het Europese gemiddelde en doet inspanningen om out-of-pocket-kosten te beperken. Een gezondheidssysteem is zoals een groot schip: niet gemakkelijk van koers te veranderen. Je hebt structurele uitdagingen: vergrijzing, nieuwe vaak dure medicatie, én de terechte loonstijgingen voor zorgprofessionals, waar men jaren mee gewacht heeft. Dat vergt politieke moed en lange termijnvisie.”

Wat zijn volgens u de zorgmodellen die toekomstbestendig zijn?

“Drie pijlers keren in alle succesvolle systemen terug. De eerste lijn is die van primary healthcare, zijnde de hartslag van het systeem. Daar moet de grootste investering naartoe. Vervolgens is er de health workforce: geen gezondheid zonder zorgprofessionals. Punt. Ten slotte is er de organisatie van zorg rond de patiënt, inclusief thuiszorg in de breedste zin. Veel ouderen willen thuis blijven, tot het einde toe. Dankzij digitale monitoring en AI kunnen we nu zelfs hospital-at-home-modellen implementeren. Ik was onder de indruk van de ‘zorgzame buurtmodellen’ in Dadizele, Vlaanderen. Deze zogeheten caring neighbourhoods zijn lokale netwerken die zorg, gemeenschap en inclusie combineren. Dat versterkt het sociale weefsel en vermindert eenzaamheid, een van de grootste killers van onze tijd.”

Digitalisering en AI: helpt het ons gezondheidsbewuster te worden, of juist niet?

“De overload informatie is niet het grootste probleem, vertrouwen is dat wél. Tijdens de pandemie bleken eerstelijnsgezondheidswerkers het laatste bastion van vertrouwen. Slechts één op vijf Europese landen integreert AI in de medische opleiding. Dat is dramatisch. We moeten zorgprofessionals én burgers digitaal geletterd maken, van klaslokalen tot wachtzalen. Als zorgverleners geen digitale basis krijgen, worden ze afhankelijk van systemen die ze niet begrijpen. Dat is gevaarlijk. AI moet het werk lichter maken, niet zwaarder. En we moeten leren navigeren tussen fake news en betrouwbare bronnen. Door dat vertrouwen te herstellen wapenen we ons tegen fake news. Vertrouwen bouw je door nabijheid, niet door chatbots of massacommunicatie. Digitalisering werkt alleen als er een mens achter staat die het kan uitleggen.”

Mentaal welzijn is een van uw speerpunten. Waarom?

“Het is een stille crisis. We lanceerden met koningin Mathilde de Pan-European Mental Health Coalition om mentale gezondheid uit het taboehoekje te halen. It’s okay not to be okay. We zien een explosie van burn-outs, angststoornissen, maar ook climate anxiety bij jongeren. En dan hebben we het nog niet over de mentale tol van drie oorlogen in onze regio. Eén op drie zorgverleners kampt met depressieve of angstklachten. Eén op tien heeft een passief suïcidaal gevoel. Dat is verontrustend. We moeten mentaal welzijn integreren in de eerste lijn. De huisdokter kent zijn patiënten en ziet snel wanneer er iets misloopt. Preventie, tijdige opvang én betaalbaarheid
zijn cruciaal.”

“Een gezondheidssysteem is zoals een groot schip: niet gemakkelijk van koers te veranderen”

Waarom splitsen we fysieke en mentale zorg, terwijl ze onlosmakelijk verbonden zijn?

“Er is geen scheiding. Denemarken zegt terecht: er bestaat geen fysieke of mentale gezondheid, er bestaat gezondheid. Een huisarts ziet vaak sneller dan de patiënt zelf wanneer mentale stress achter lichamelijke klachten schuilt. En we moeten dit ook in de werkplekken integreren. Eén vertrouwenspersoon voor mentale gezondheid in elke zorginstelling kan al levens veranderen. Ik weet nog dat er bij ons op het Klein Seminarie een verpleegster was, waarbij je altijd terecht kon: Rosa. En niet alleen wanneer je gevallen was, ook als je een babbel nodig had, kon je bij haar terecht. Dat persoonlijk contact tussen scholen en gezondheidszorg zijn we wat verloren.”

U benadrukt voortdurend het belang van zorgverleners. Wat loopt er mis?

“Alles begint met hen. No health without a healthy workforce. Maar het gaat niet enkel om aantallen. Het gaat om welzijn, waardigheid, veiligheid. 75% van de workforce zijn vrouwen. Dus work-life balance is cruciaal. Mijn vader is 92 en zou als hij kon nog iedere dag consultaties doen, maar tijd voor je gezin moet er ook zijn. Een crèche in het ziekenhuis, stabiele contracten, minder administratie via AI-tools, meer teamgebaseerde zorgmodellen, dat maakt het verschil. Tools zoals artificiële intelligentie kunnen administratieve taken tot 30% verlichten. Maar bovenal: luister naar de mensen zelf. Vraag wat hen demotiveert, wat hen zou doen vertrekken of juist behouden. Een jonge dokteres in de UK zei me: ‘Elke avond ga ik naar huis met het gevoel dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. Ik zie niet iedereen die ik wil en telkens maar dikke vijf minuten.’ Dat gaat over vertrouwen en menselijke waardering, niet cijfers. En vooral: vraag aan zorgverleners waarom ze afhaken. In Duitsland verlieten 800.000 mensen de zorgsector. Stel dat je er maar 100.000 terughaalt, de impact zou enorm zijn. Soms zijn de oplossingen eenvoudig: waardering, veiligheid, vertrouwen. Dat biedt steun.”

Hoe ziet u de rol van farma en biotech? Ze liggen vaak onder vuur.

“Er is te veel polarisatie. Ik ben voorstander van public-private-patient partnerships. Niet enkel publiek-privaat. Patiënten moeten mee aan tafel, vandaar voegde ik die derde ‘p’ toe. We hebben een uniek Europees platform opgezet waar 53 landen, farma, patiënten en verzekeraars samen rond de tafel zitten. Transparantie is essentieel. Innovatie komt vaak uit Europa (mRNA-technologie, immunotherapie, gentherapie). Dat moeten we ondersteunen. Maar landen moeten mee bepalen welke innovaties het grootste gezondheidsprobleem oplossen, niet omgekeerd.”

Wat moet er gebeuren om zorgberoepen opnieuw aantrekkelijk te maken?

“Concreet? Competitieve salarissen, en zero tolerance for violence om te beginnen. Een jonge Turkse urgentiearts zei me dat ze vaak te maken krijgt met geweld tijdens haar dienst op de spoed. Dat hakt in op een beroep dat draait om zorgzaamheid. Zero tolerance for violence is geen slogan: het is een basisvoorwaarde. Zonder veiligheid heb je geen workforce. Zo simpel is het. Vervolgens is er de nood aan flexibele loopbanen, want niemand werkt nog 40 jaar in dezelfde rol. Betere planning bovenop minder kortetermijncontracten moet ook aangehaald worden. En de administratieve last moet drastisch omlaag: AI kan hier een rol spelen. En vooral: luister naar wat zorgverleners nodig hebben om te blijven. We zijn meesters in het demotiveren van gemotiveerde mensen. Dat moet stoppen.”

 

“We moeten vermijden dat druk op het systeem verschuift naar gezinnen”

Welke boodschap wilt u dat de lezer vandaag écht meeneemt?

“Twee dingen. Eén: gezondheid is een mensenrecht, geen luxeproduct. In België (gelukkig) wordt niemand aan zijn lot overgelaten. Dat is niet vanzelfsprekend, en dat moeten we koesteren. Twee: preventie is de meest kosteneffectieve vorm van zorg. Negen op de tien mensen sterft aan: hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en chronische longaandoeningen. De risicofactoren kennen we: roken, alcohol, te weinig beweging, en ongezonde voeding. Elke dag 25 minuten matige beweging kan in de EU 12.000 levens redden per jaar. Gratis. En tot slot: investeer in jongeren. Minder schermtijd, meer beweging, meer veerkracht. De samenwerking tussen scholen en gezondheidssector is essentieel. Dat hoeft niet veel te kosten. Het vraagt vooral visie. Geweldig respect voor de leerkrachten die daaraan meewerken zoals mijn zus in het meisjescollege in Roeselare.”

We horen vaak doemscenario’s over de zorg. Wat houdt u tegen om moedeloos te worden?

“Ik geloof geweldig in de jeugd. De volgende generatie artsen, verpleegkundigen en leiders in de gezondheidszorg wacht niet tot ze worden uitgenodigd voor het gesprek. Ze voeren het al. Ik sprak onlangs op de 75e jaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Federatie van Medische Studentenverenigingen in Kopenhagen met 700 geneeskundestudenten uit meer dan 70 landen. Ze zijn niet bang om ons te vertellen waar het systeem tekortschiet. Die eerlijkheid is precies wat we nodig hebben. Die honderden geneeskundestudenten en jonge artsen vulden de zaal met een ongelooflijke energie, en lieten zien dat ze klaar zijn om de toekomst van de gezondheidszorg vorm te geven. Ik verliet die bijeenkomst met een zeer hoopvol gevoel: een wereldwijd verbonden, waardengedreven generatie is klaar om leiding te geven.”

Hoe kijkt u naar de toekomst van de Europese zorg?

“Ik ben een geboren optimist. De bouwstenen voor een betere zorg zijn aanwezig, en er is een duidelijke verschuiving in hoe we over zorg spreken. Vroeger begon een minister pas aan het einde van zijn mandaat met praten over preventie, nu staat preventie en eerstelijnszorg vanaf het begin op de agenda. Het draait om een heroriëntatie van hoe we zorg organiseren: van eerstelijnsgezondheidszorg en wijkzorg tot langdurige zorg en ziekenhuiszorg, altijd met de patiënt centraal. Gelukkig blijft ieder gezondheidssysteem gezondheid als een mensenrecht zien, en zien we een hernieuwde samenwerking tussen de zorgsector en scholen voor preventie. Mijn boodschap is: begin lokaal, zet mensen centraal, stimuleer creativiteit en dialoog, en investeer in collectieve oplossingen. Zo bouwen we aan een duurzaam, rechtvaardig en veerkrachtig Europees zorgsysteem.” •

+


Hoe slaagt u erin om, ondanks de intensiteit van uw job, toch momenten van rust en herstel te vinden?

“Voor mij begint rust met beweging. Ik zal blij zijn wanneer de sneeuw en het ijs gesmolten is in Kopenhagen, zodat ik weer iedere dag kan fietsen. Ik fiets elke ochtend veertig minuten naar kantoor en ’s avonds weer terug. Dat lijkt banaal, maar het is mijn manier om mijn hoofd leeg te maken. Tijdens die ritten orden ik mijn gedachten en voel ik mijn lichaam versterken, en dat helpt mijn geest. Ik zeg altijd: the stronger the body, the stronger the mind. De job is intens: drie conflicten in onze regio, druk op zorgsystemen, politieke verwachtingen… fysieke activiteit werkt voor mij. Ik probeer ook nuchter te blijven. Uiteindelijk ben ik nog altijd die Belgische huisarts uit Lombardsijde. Je kunt je vandaag Superman wanen, en morgen alweer tegen de muur lopen.”

maart 25, 2026
door Amaryllis De Bast
Vorig artikel
Volgend artikel