Spelen 2.0: touwspringen of videogamen?
We zitten midden in een nieuwe speeltijd. De wereld van het kinderspel heeft een digitale dimensie gekregen. Waar vroeger modderige knieën en kapotte knikkers de norm waren, draait het nu om touchscreens en videogames. Wat doet dat met onze kinderen? Hoe verhouden schermtijd en buiten spelen zich tot elkaar? En waar lig jij als ouder wakker van?
Buitenspelen lijkt bijna retro, maar het is zó waardevol. Rennen, vallen, klimmen, ontdekken: het doet niet alleen wonderen voor de motoriek, maar ook voor het zelfvertrouwen. En laten we de sociale kant niet vergeten: ruzie maken over wie de politie mag zijn, compromissen sluiten bij het hutten bouwen of kijken wie de grootste zeepbel kan blazen. Waar fysieke spelletjes vaak draaien om bewegen en samenwerken, speel je videogames eerder thuis vanop je stoel. Niet per se slecht, maar wel een compleet andere ervaring.
Een fysiek spel, zoals een gezelschapsspel of verstoppertje, stimuleert beweging, creativiteit en samenwerking. Verder ontwikkelt het zowel de fijne als de grove motoriek en leert het kinderen om te gaan met winnen, verliezen en ruzie. Bij digitale spellen trekken we een ander register open. Ze stimuleren probleemoplossend denken, verhogen de concentratie door snelle reacties en sluiten aan bij de huidige leefwereld van de kinderen. David Verbruggen, General Manager van Video Games Federation Belgium, ziet nog meer voordelen. “Dankzij videogames leren kids zich snel uitdrukken in het Engels en creëren ze ruimtelijk inzicht. Soms ontstaan er ook echte vriendschappen. Jongeren leren elkaar digitaal kennen om dan later in de echte wereld af te spreken.”
Spelen om te spelen
“Gewoon spelen zonder doel is heerlijk”, zegt Tine Bergiers, voorzitter van ‘Goe gespeeld’, een organisatie die de belangen van spelende kinderen behartigt. Een spel moet niet altijd gericht zijn op presteren: spontaan naar buiten gaan en spelen in een ongestructureerde, denkbeeldige wereld is een godsgeschenk voor kinderen.” Via spel ontwikkelen kinderen hun sociale, emotionele en fysieke vaardigheden en kunnen ze hun omgeving beter begrijpen. Een rollenspel zal hun verbeeldingskracht ontwikkelen. Bij een groepsactiviteit leren ze delen, samenwerken en compromissen sluiten. Door een zandkasteel te bouwen of figuurtjes te maken in boetseerklei, ontdekken ze een nieuwe wereld van materialen en texturen dankzij hun zintuigen. Door te spelen met blokken leren ze logisch denken, krijgen ze ruimtebesef en controleren ze hun bewegingen.
“De sector van de videogames neemt zijn verantwoordelijkheid om online veiligheid te garanderen.”
Spelen om te leren
En dan zijn er nog de educatieve spellen, die vooral gericht zijn op het cognitieve en specifiek ontworpen zijn om leerdoelen te bereiken. Dat kunnen zowel bord- als gezelschapsspellen zijn, maar zeker ook digitale. Met Duolingo, een app voor taalonderwijs, kunnen kinderen op een speelse manier een nieuwe taal leren. Battlefield 1942, het allereerste Battlefield-game, heeft de Tweede Wereldoorlog als setting waardoor jongeren bijvoorbeeld heel wat opsteken over de Slag van Normandië door zelf soldaat te spelen op Omaha Beach. “We gaan videogames zeker niet in de gevarenzone duwen”, zegt Tine Bergiers, “ze bieden ook heel wat kansen. Dat hebben we duidelijk gezien tijdens de Corona-periode met Pokémon GO. Dit videospel heeft toen voor veel beweging en sociaal contact gezorgd. Nog maar eens het bewijs dat buiten spelen in open lucht en open ruimte goed is voor de mentale en fysieke gezondheid.”
Veilig buiten spelen
Recente studies bewijzen dat er alsmaar minder buiten gespeeld wordt. Dat ligt niet alleen aan het feit dat kinderen moeilijk los te koppelen zijn van een scherm. “We hebben hier te maken met een onderliggend maatschappelijk probleem”, verklaart Tine Bergiers. “Niet iedereen beschikt over een tuin en de openbare ruimtes in de steden worden alsmaar kleiner. De actieradius om zelfstandig en alleen buiten te spelen voor kinderen is op enkele generaties tijd zo klein geworden dat ouders wel moeten meegaan naar de speeltuin of het park.” Tijd is dus een issue, net zoals veiligheid. Buiten spelen was vroeger bijna evident. Er was minder verkeer in de straten, minder anonimiteit en meer sociale controle, waardoor mensen met kwade bedoelingen makkelijker te identificeren waren. De angst bij ouders leeft.
Veilig online spelen
“Ook op spelplatformen kan je die veiligheid garanderen”, zegt David Verbruggen. “Online kan je veel sneller reageren op mensen met slechte intenties. Zowel AI als echte mensen analyseren toxisch gedrag in videogames zodat spelers gesanctioneerd worden waar nodig. De sector neemt zijn verantwoordelijkheid. Zo is Roblox zeer alert voor online gevaren en werkt het vanaf 2026 samen met een ‘parental council’ om het platform nog veiliger te maken. Fortnite heeft ouderlijk toezicht waarmee ouders bijvoorbeeld kunnen instellen dat hun kinderen wel met hun vrienden maar niet met vreemden kunnen communiceren. Verder geeft PEGI (Pan-European Game Information) leeftijdsclassificaties aan games zodat ouders weten welke spellen voor welke leeftijd geschikt zijn.”
Ouders willen hun kinderen gelukkig zien. Maar ook weerbaar, sociaal, gezond en met een goede portie fantasie. Hoe krijg je dan die gezonde balans in hun vrije tijd tussen schermtijd en actieve momenten? De sleutel ligt ergens tussen loslaten en grenzen stellen. Aan digitale kant is dat afspraken maken met kinderen over hun schermtijd zonder de boeman uit te hangen. Door samen af en toe een videospel te spelen, voelt een kind de interesse en de goedkeuring van de ouder. Daarnaast kunnen ouders speelgoed aanbieden dat niet knippert en piept en ook eens ruimte geven voor verveling, zodat hun fantasie geprikkeld wordt. En waarom niet gewoon jas aan, bal mee en samen naar buiten? En of het nu om knikkers of pixels gaat: “Spelen zit in het DNA van de mens”, besluit Tine Bergiers. ☉
Meer info op
www.speelhetslim.be
www.goegespeeld.be