Laat België haar veiligheid over aan toeval en cijfers?
België staat anno 2026 op een kantelpunt. De uitgaven voor defensie en nationale veiligheid stijgen, kritieke infrastructuur wordt beter beschermd, en nieuwe technologische dreigingen dwingen het beleid tot versnelling. Maar één vraag blijft onderbelicht: hoe groot is de rol van de burger?
Decennialang werd defensie gezien als een ver-van-mijn-bed-dossier, gedragen door experten, militairen en internationale verplichtingen. Maar de realiteit vandaag is anders. De veiligheidsuitdagingen waar België mee te maken krijgt, raken niet alleen kazernes of datacenters, maar ook huiskamers, smartphones en publieke opinies. Veiligheid is verschoven van het militaire domein naar een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Technologie als dreiging én bescherming
België voldoet sinds kort aan de NAVO-norm van twee procent van het bbp voor defensie, een doel voor het eerst bereikt in 2025. Op de NAVO-top van 2025 in Den Haag spraken bondgenoten tevens af om tegen 2035 te streven naar gemiddeld 5 % van het bbp aan defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven (inclusief investeringen in kritieke infrastructuur, cyberweerbaarheid en innovatie) wat aangeeft dat veiligheid vandaag verder gaat dan alleen klassieke militaire middelen.
De dronewaarnemingen boven de haven van Antwerpen in 2025 maakten duidelijk hoe kwetsbaar vitale sectoren zijn. De installatie van een luchtverdedigingssysteem die daarop volgde, toont hoe verweven onze economie en nationale veiligheid zijn geworden. Havens, luchthavens, energievoorziening en logistieke hubs zijn niet alleen economische motoren, maar ook strategische doelwitten. Tegelijk groeit het besef dat investeringen slechts een deel van de oplossing zijn. Een digitale samenleving is maar zo sterk als haar zwakste schakel, en die schakel kan evengoed een individuele gebruiker zijn als een technologiebedrijf.
De burger als eerste verdedigingslinie
Cyberaanvallen zijn vandaag even bedreigend als fysieke aanvallen. Ziekenhuizen, energiecentrales en transportnetwerken werden de afgelopen jaren meerdere keren getroffen. Toch begint de kwetsbaarheid vaak klein: bij een slecht wachtwoord, een gehaaste klik of het delen van persoonlijke gegevens.
Europese richtlijnen zoals NIS2 versterken de verplichtingen van bedrijven en instellingen, maar de effectiviteit ervan hangt af van het gedrag van miljoenen burgers. Wie phishing niet herkent, wie zonder nadenken bestanden downloadt, of wie privacy-instellingen negeert, vergroot ongewild het risico voor het geheel. Cyberveiligheid is dus geen technologisch luxeproduct. Het is een vorm van digitale hygiëne, vergelijkbaar met handen wassen of verkeersregels respecteren: eenvoudig, noodzakelijk en collectief.
Een andere, meer sluipende dreiging is desinformatie. Fake news en deepfakes zijn niet langer randfenomenen, maar strategische instrumenten die de publieke opinie, verkiezingen en vertrouwen in instellingen kunnen manipuleren. Zelfs de modernste defensiesystemen kunnen deze vorm van ondermijning niet tegenhouden.
Daarom worden kritisch denken, mediageletterdheid en feitencontrole cruciale vaardigheden. Het vermogen om informatie te beoordelen is in 2026 even belangrijk geworden als het beveiligen van datacenters. Democratische besluitvorming is immers alleen robuust wanneer burgers voldoende weerbaar zijn tegen manipulatie.
Veiligheid als gedeeld project
De groeiende defensiebudgetten creëren kansen voor Belgische technologiebedrijven, zeker op het vlak van dual-use toepassingen: producten die civiel én militair inzetbaar zijn. Maar het succes van die innovaties hangt af van een samenleving die niet alleen consumeert, maar ook begrijpt en kritisch meedenkt. Onderwijs speelt hierin een sleutelrol. STEM-vaardigheden, technologische geletterdheid en een basiskennis van cybersecurity worden steeds belangrijker. Een geïnformeerde bevolking versterkt niet alleen de economische weerbaarheid, maar ook de democratische.
België kan blijven investeren in systemen, infrastructuur en internationale samenwerking, maar echte veiligheid ontstaat pas wanneer burgers mee verantwoordelijkheid opnemen. Dat betekent onder meer het bewust en kritisch omgaan met persoonlijke gegevens, nieuws en sociale media. Veiligheid is daardoor geen product van de overheid alleen, maar van een samenleving die haar rol begrijpt en opneemt.
De grootste verandering van 2026 is niet het stijgende budget of de modernisering van het leger, maar het inzicht dat burgers niet langer buitenstaanders zijn. We zijn allemaal onderdeel van de veiligheidsarchitectuur van ons land. Niet door in uniform te lopen, maar door alert te zijn, kritisch te blijven en verantwoordelijk om te gaan met de digitale en sociale systemen die ons dagelijks leven bepalen. •