Belgische maakindustrie profiteert van Europa’s nieuwe defensie-economie
De herbewapening van Europa betekent een forse stijging van defensie-uitgaven. De Belgische maakindustrie pikt een graantje mee van gezamenlijke Europese aankopen en R&D-projecten. Tegelijk brengt dit uitdagingen zoals toegang tot subsidies en nood aan snelle innovatie.
Het technologiebedrijf Exail haalde recent een nieuwe bestelling van honderden onderwaterdrones binnen, goed voor ongeveer 40 miljoen euro. De drones, bestemd voor verschillende Europese zeemachten, worden volledig gebouwd in de Oostendse fabriek en dienen voor de neutralisatie van zeemijnen. Voor Steven Luys, CEO van Exail Robotics Belgium, een schoolvoorbeeld van de nieuwe Europese defensiedynamiek. “Europa zet vandaag tegelijk in op veiligheid, industrialisering en strategische autonomie”, zegt hij. “Voor bedrijven die technologisch klaar zijn, vertaalt dat zich nu in zeer concrete industriële opportuniteiten.”
Van vredesdividend naar structurele investeringen
Volgens Luys is die versnelling geen toeval. “Na de Koude Oorlog leefde Europa jarenlang op een vredesdividend. Defensie-investeringen waren geen prioriteit. Vandaag worden we opnieuw met de realiteit geconfronteerd: veiligheid is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor economische stabiliteit.” Die beleidsomslag vertaalt zich rechtstreeks naar de industrie. “De Europese Unie stuurt duidelijk aan op gezamenlijke programma’s, standaardisering en langdurige contracten”, zegt Luys. “Dat geeft bedrijven de zekerheid om te investeren in fabrieken, mensen en R&D.”
Volgens Nicolas Bas, expert defence & security bij Agoria, past dit perfect in een bredere beweging. “De defensiemarkt is per definitie internationaal”, stelt hij. “De Belgische markt is te klein om op zichzelf een mature industrie te dragen. Groei kan alleen via internationale waardeketens en export.”
“Veiligheid is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor economische stabiliteit”
België: klein land, cruciale schakel
België heeft, ondanks zijn beperkte schaal, een verrassend sterke positie in die waardeketens. “Er zijn heel wat Belgische bedrijven actief in defensie, vaak internationaal”, zegt Bas. “Het gaat zowel om klassieke defensiespelers als om bedrijven met een uitgesproken dual use-profiel.” Naast gevestigde namen zoals FN Herstal en John Cockerill telt de sector vooral kmo’s. Wat België typeert, is dat het nauwelijks eindproducten levert, maar wel sterk staat als gespecialiseerde toeleverancier. Belgische bedrijven leveren onderdelen, subsystemen en expertise aan grote internationale OEM’s zoals Lockheed Martin, Rheinmetall en KNDS. “Dat geldt voor vliegtuigen zoals de F-35, maar net zo goed voor maritieme systemen en nieuwe technologieën,” aldus Bas.
Exail in Oostende vormt in dat opzicht een interessant tegenvoorbeeld: een bedrijf dat wel een volledig systeem produceert, maar dat tegelijk ingebed is in een Europees ecosysteem. De Oostendse fabriek, geopend in 2022 na een investering van 10 miljoen euro, assembleert onderwaterdrones. Luys: “Dit soort systemen vraagt precisie, betrouwbaarheid en schaal.” Dat de productie in België gebeurt, is geen toeval. Oostende ligt dicht bij het NAVO Center of Excellence voor mijnenbestrijding en bouwt voort op de internationale reputatie van de Belgische marine. “Europa wil niet langer afhankelijk zijn van niet-Europese technologie voor kritieke defensiesystemen”, zegt Luys. “Dat opent kansen voor lokale industriële verankering.”
Bas ziet datzelfde mechanisme bij andere bedrijven. Hij verwijst onder meer naar Jan De Nul, dat de F-35-bases in Vlaanderen en Wallonië bouwde. “Dat gaat veel verder dan beton gieten”, zegt hij. “Het gaat om veiligheidsconcepten, beschermde infrastructuur en integratie in een defensie-ecosysteem. Dat soort evoluties toont hoe breed defensie vandaag is.” Bas wijst erop dat er een volgende fase aan komt. “Op termijn zal er consolidatie nodig zijn. Wie echt wil meespelen, moet schaal, integratie en internationale positionering combineren.”
Ecosystemen, steun en duurzaamheid
Die internationale positionering vraagt ondersteuning. Daarom lanceerde Agoria het traject Mission Possible, waarmee het bedrijven begeleidt die willen instappen in de defensiemarkt. Ongeveer 250 bedrijven toonden al interesse. Via webinars, matchmaking en handelsmissies – samen met FIT, AWEX en hub.brussels – worden ze voorbereid op de specifieke regels, aanbestedingen en veiligheidsvereisten van de sector.
Ook de overheid speelt een grotere rol. Vlaanderen lanceert het Vlaams Impulsprogramma Veiligheid en Defensie, Wallonië investeert al langer in defensie gerelateerde innovatie, en federaal is er het DIRS-programma, goed voor ongeveer 3,8 miljard euro aan R&D-investeringen over tien jaar. Voor Exail vertaalt dat zich ook in jobs. Sinds 2019 groeide Exail Robotics Belgium van een handvol medewerkers naar meer dan negentig, met R&D in Moeskroen en assemblage in Oostende. “Dit zijn hoogwaardige, zinvolle jobs”, zegt Luys. “Mensen voelen dat hun werk maatschappelijke impact heeft.”
Geen hype, maar een structurele omslag
Beide gesprekspartners zijn het over één punt eens: defensie is geen tijdelijke hype. “Europa moet een enorme achterstand inhalen”, zegt Bas. “Grote platformen gaan decennia mee, maar de echte continuïteit zit in systemen, upgrades, onderhoud en innovatie.”
“Wat vandaag wordt aangekondigd, is geen eenmalige impuls”, besluit Luys. “Dit is een structurele omslag. Wie nu meedraait, bouwt mee aan de defensie-economie van de komende decennia.” •