Had je een jongensdroom van wat je later wilde worden?
“Toen ik klein was wilde ik eigenlijk altijd kok worden. Mijn papa haalde me op vrijdag op van school en leverde toen aan de grote driesterrenrestaurants: Oud Sluis, Hof Van Cleve, Hertog Jan. Als kleine gast kom je dan in die impressionante keukens terecht waar 30 man staat te werken. Dat werkte heel inspirerend.”
Je hebt ook effectief hotelschool gevolgd. Wat bracht je dan uiteindelijk bij patisserie en chocolade?
“Inderdaad, ik heb hotelschool gedaan in Ter Groene Poorte met stages in sterrenzaken als De Karmeliet, Geert Van Hecke, Hertog Jan, L’Air du Temps… En het is bij die laatste dat ik verliefd ben geworden op de patisserie. Ik ontdekte wat je allemaal kan doen als je technieken uit de keuken toepast in pastry of chocolade. Daar wilde ik meer mee doen. Daarna ben ik naar Las Vegas gegaan om chocolate en pastry te studeren, vervolgens zou ik naar New York gaan, maar toen brak corona uit. De plannen werden dus aangepast, en zo ben ik hier beland.”
Al liep het bij The Chocolate Line niet helemaal vanzelf in het begin?
“Klopt. Toen ik begon stonden ze met 25 chocolatiers in de productie, en dat botste enorm. Ik wilde op een andere manier werken, ik kwam uit de keukenwereld, niet uit de chocoladewereld. Op een kleine maand tijd zijn ze – op één na – allemaal vertrokken. Mijn pa zei toen: ‘Kerel, ik hoop dat je weet wat je doet, doe je ding’. We hebben toen een volledig nieuw team uitgebouwd – allemaal koks, geen chocolatiers.”
“Je moet mensen inspireren en motiveren, zodat ze voor jou door het vuur gaan.”
In 2023 werden jullie door Gault&Millau uitgeroepen tot Chocolatier van het Jaar. Wat bracht dat teweeg?
“Dat kwam super onverwacht, maar was heel tof. Sindsdien hebben we heel veel coole samenwerkingen gedaan, vooral met de modewereld: Dries Van Noten, Raf Simons, Walter Van Beirendonck… Dat waren geweldige projecten.”
Je bent streng voor jezelf en je team als het om dit soort projecten gaat.
“Ja. Als iets niet perfect is, lig ik daar echt wakker van. Mensen betalen veel geld en verwachten topniveau. Maar ik ben geen bullebak. (lacht) Ik zie mezelf als een coach. Je moet mensen inspireren en motiveren, zodat ze voor jou door het vuur gaan. Een schrikbewind werkt niet. Daarom zal ik ook nooit iemand onder de bus gooien in onze meetings voor een fout die gemaakt werd. We zijn allemaal mensen, en ik kan enkel boos zijn op mezelf, omdat ik het niet gezien heb.”
Je keukenteam bestaat uit zo’n 35 internationale profielen. Hoe belangrijk zijn zij?
“Heel belangrijk. We betrekken iedereen bij de creatie. Ik weet ook niet alles. Ik ben maar Julius, maar met het team zijn we The Chocolate Line. Iedereen heeft zijn talent en achtergrond, dat maakt ons sterker.”
Ook in de medische wereld zijn jullie actief. Hoe is dat ontstaan?
“Die samenwerking is gestart met dokter Thomas Moors, een keelkankerspecialist. We ontdekten dat mensen door chemotherapie bepaalde smaken niet meer proeven. Aardbei en munt bijvoorbeeld. Dan zijn we gaan testen, hebben we artificieel speeksel nagemaakt en een praline ontwikkeld die mensen opnieuw liet proeven. Sommige begonnen te huilen, dat is magisch gewoon. Daarna hebben we met AZ Groeninge twee pralines ontworpen: één om de slechte smaak van contrastvloeistof te maskeren, en één voor mensen die enkel vloeibare voeding mogen eten. Dat die testen werken en een verschil maken voor iemand, geeft enorm veel voldoening.”
En alles vertrekt vanuit dat ene familiebedrijf in Brugge.
“Ja, geweldig toch? Al klinkt een familiebedrijf romantisch, dat is het zeker niet altijd. Mijn pa werkt nog, mijn mama doet het management, mijn vriendin alles van aankopen en transport. Het is onze leefwereld, en dus gaat het op vakantie of op restaurant vaak over de zaak. Loslaten is moeilijk.”
Voel je ook de druk om de familienaam hoog te houden?
“Eigenlijk niet. Mijn pa en ik hebben ook totaal verschillende stijlen. Maar natuurlijk wil ik met het team nummer 1 van de wereld zijn. Dat klinkt ijdel, maar ik meen dat echt. Als je iets doet, doe het dan 100% of gewoon niet.”
Hoe omschrijf je succes?
“Succes is voor mij dat je charisma uitstraalt, dat mensen voor jou door het vuur gaan. En dat doe je door zelf op je knieën te zitten en de grond te poetsen en de tafels te kuisen. Lead by example.”
Wat zou je jonge mensen meegeven die hun passie willen volgen, maar bang zijn om van de mainstream weg te stappen?
“Life is too short. Voor de korte periode dat je hier rondloopt, doe je beter iets dat je graag doet dan iets tegen je zin of met minder motivatie. Je kan enkel echt iets bereiken als je het met 100% liefde doet.”
Waar zie je jullie binnen tien jaar?
“Dat is een moeilijke vraag. Ik zou graag internationaal nog meer erkenning krijgen als inspirerende chocolatiers. Al zou ik nooit mijn filosofie veranderen hiervoor, of iets uitvoeren dat haaks op mijn visie staat om een award te halen. Voor mij gaat het om creëren en impact maken. Uiteindelijk gaat het om mensen helpen denk ik. Terugkijkend op mijn leven nu, zijn projecten zoals die medische pralines voor mij het meest betekenisvol. Ook ons sociaal project op onze plantage in Mexico, de We-Care Foundation, waar we spinaapjes opvangen – of projecten zoals dat van mijn pa in Congo met het Virunga National Park – geven enorm veel voldoening.”
“Je kan enkel echt iets bereiken als je het met 100% liefde doet.”
Wist-je-dat
Wat is de soundtrack van je leven?
“Ik vind Paradise City van Guns N’ Roses wel een machtig nummer. Of het de soundtrack van mijn leven is weet ik niet, maar ik vind het enorm inspirerend.”