Veranderen biosensoren de zorgsector?
In klassieke ziekenhuisafdelingen worden vitale parameters zoals bloeddruk en hartslag slechts enkele keren per dag gemeten. In de stille periodes tussen meetmomenten kan een patiënt ongemerkt achteruitgaan. Bieden biosensoren een oplossing?
Op algemene ziekenhuisafdelingen kan een plotselinge verslechtering van de gezondheid van volwassen patiënten leiden tot ernstige complicaties of overlijden. Veel van deze problemen zijn echter te voorkomen. Dat zet de patiëntveiligheid onder druk en vraagt om nieuwe oplossingen. Louis Van Slambrouck, zorgmanager bij az groeninge en doctoraatsonderzoeker verbonden aan KU Leuven KULAK, reikt een beloftevolle mogelijke oplossing aan: “Met biosensoren kunnen we continu monitoren wat vandaag slechts sporadisch gebeurt. Dat maakt klinische achteruitgang veel vroeger te detecteren.”
Het huidige systeem schiet tekort
Het klassieke monitoringsysteem is degelijk, maar kent twee fundamentele risico’s. Naast de sporadische metingen, waardoor klinische achteruitgang vaak urenlang onopgemerkt kan blijven, is er ook nog de manuele registratie van resultaten. Die maakt de metingen tijdrovend en arbeidsintensief en gevoelig voor interpretatieverschillen. Het resultaat: subtiele maar belangrijke signalen worden te vaak te laat opgemerkt, met alle risico’s van dien.
“Met biosensoren kunnen we continu monitoren wat vandaag slechts sporadisch gebeurt. Dat stelt ons in staat om achteruitgang veel vroeger te detecteren”, zegt Van Slambrouck. Dergelijke wearables meten autonoom alle vitale parameters en sturen de data draadloos door, waardoor zorgprofessionals objectieve realtime informatie krijgen, sneller achteruitgang detecteren en de gegevens direct kunnen gebruiken voor klinische beslissingsondersteuning.
Een voorbeeld is sepsis, ook wel bekend als de stille killer: een vaak te laat herkende, potentieel dodelijke ontstekingsreactie. Het blijft een belangrijke oorzaak van ongewenste ziekenhuissterfte. “Sepsis wordt vaak te laat opgemerkt, omdat de symptomen in het begin subtiel zijn. Maar subtiele veranderingen zie je wél in data. Dat is waar deze technologie het verschil kan maken.”
“Het is absoluut niet de bedoeling dat technologie het denken overneemt.”
AI als tweede paar ogen, nooit ter vervanging
Naast monitoring onderzoekt het ziekenhuis samen met de universiteit hoe machine learning en artificiële intelligentie de parameters kunnen analyseren. Maar Van Slambrouck benadrukt dat AI nooit de zorgverlener vervangt: “Het blijft een ondersteunende tool. De finale klinische beoordeling is en blijft de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals. Het is absoluut niet de bedoeling dat technologie het denken overneemt.” De algoritmes moeten bovendien voldoen aan de strenge Europese Medical Device Regulation (MDR), die veiligheid, ethiek en privacy waarborgt.
“Patiënten voelen zich veiliger als ze continu gemonitord worden en ondervinden weinig hinder van de technologie”, vertelt Van Slambrouck. Bij zorgprofessionals is de houding genuanceerder: ze erkennen het potentieel, maar vragen tijd om de betrouwbaarheid van de nieuwe technologie te leren kennen en willen duidelijkheid over afwijkingen tussen manuele en automatische metingen. “Er is ook bezorgdheid over de hoeveelheid data en alarmen waar zorgverleners aan blootgesteld kunnen worden. Daarvoor moet een goed georganiseerd alarmmanagementsysteem worden opgezet.”
De vraag “Zal technologie ons vervangen?” blijkt intussen achterhaald. De toestellen besparen mogelijk tijd door routinetaken te automatiseren, maar nemen geen interpretatie, klinisch redeneren of zorgrelatie over. “Het doel is nooit om zorgprofessionals te vervangen”, zegt Van Slambrouck. “Maar om hen meer tijd te geven voor wat écht telt: patiëntenzorg.”
Project in ontwikkeling
De ontwikkeling van deze technologie staat niet op zichzelf. Ze vraagt een nauwe samenwerking tussen ziekenhuizen, onderzoekscentra, universiteiten en bedrijven. In dat ecosysteem spelen onder meer prof. dr. Celine Vens en prof. dr. Wouter De Corte een belangrijke rol, samen met innovatiehub the greenhouse, waar expertise uit zorg, technologie en data science samenkomt. “Door die kruisbestuiving kunnen nieuwe oplossingen sneller getest, verfijnd en klaargemaakt worden voor gebruik in de klinische praktijk.”
Volgens Van Slambrouck zal de volledige implementatie van biosensoren echter nog jaren duren: “Tussen onderzoek en praktijk zit vaak zeven tot tien jaar. Maar als we het niet testen, zal het nooit gebruikt worden.” Omdat wearables niet worden terugbetaald, investeert het ziekenhuis zelf: “We nemen het risico omdat we geloven dat dit de toekomst is. Voor grootschalige uitrol is echter wel een externe economische onderbouw nodig.”
Eén kernvraag staat centraal, besluit Van Slambrouck: “Hoe kunnen we patiëntenzorg nóg veiliger maken? Technologie is geen wondermiddel, maar wel een kans die we moeten durven grijpen.”