Healthcare

De Koninklijke Militaire School en biodiversiteit: een duurzaam verbond midden in de stad

september 1, 2025
door Kompas
In een tijd waarin steden op zoek zijn naar concrete oplossingen voor de uitdagingen van de ecologische transitie, onderscheiden bepaalde lokale initiatieven zich door hun ambitie en hun wil om een reële en duurzame impact te hebben. Een mooi voorbeeld in het Brusselse Gewest is het vergroeningsproject in de Koninklijke Militaire School (KMS) te Etterbeek, binnen het federale programma BiodiversiScape, in samenwerking met Defensie.

Het programma BiodiversiScape ging in 2022 van start. Het wordt geleid door het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, in nauwe samenwerking met vier federale partners (Defensie, Regie der Gebouwen, de NMBS en Infrabel). BiodiversiScape bestudeert en plant concrete projecten om federale domeinen en infrastructuur te vergroenen, bestaande ecosystemen te herstellen en groene zones opnieuw met elkaar te verbinden. Om daarin te slagen, plaatst het programma biodiversiteit centraal in het denkwerk rond processen, aankopen, inrichting van terreinen, renovatie of nieuwbouw op federale domeinen. BiodiversiScape ontwikkelt ook technische voorschriften en richtlijnen, die daarna kunnen worden gebruikt door iedereen die de biodiversiteit in stand wil helpen houden.

Een ambitieus leefmilieuproject op een militair domein

Het project op de KMS-site illustreert hoe zelfs locaties die lange tijd afgeschermd en sterk verhard waren, kunnen uitgroeien tot hotspots voor de ecologische transitie. Het past in een langetermijnvisie om biodiversiteit te integreren in de stad en om terreinen van de overheid tegelijkertijd meer ecologische waarde te geven.

Militaire domeinen, die lang beschouwd werden als grijze stadszones, ontpoppen zich nu tot verrassende gebieden waar de natuur weer ongeremd haar gang mag gaan. De visie van het KMS-project: de natuur binnenhalen op plaatsen waar beton overheerst, de aanwezigheid van lokale fauna en flora versterken en een gezondere omgeving creëren voor de werknemers en studenten die er elke dag verblijven.

Concreet betekent dit dat de bodem doorlaatbaarder wordt gemaakt waar mogelijk, dat groene zones biodiverser worden gemaakt, dat er schuilplaatsen voor wilde dieren worden ingericht en dat de ecologische continuïteit op het hele terrein wordt bevorderd. Aurélie Dussart, eco-adviseur van het programma BiodiversiScape, licht toe: “We wilden de infrastructuur die er was ook versterken. Je project begint nooit vanaf nul. Eerst ga je kijken wat er al is, om daar vervolgens op voort te bouwen.”

Die aanpak past in een bredere, complementaire dynamiek waarmee Defensie al startte. Luitenant-generaal Frédéric Goetynck, vicechef Defensie en voorheen verantwoordelijk voor infrastructuur bij Defensie, duikt in het verleden: “Sinds 1999 werken het Belgische ministerie van Defensie en de gewesten structureel samen om militaire activiteiten te verenigen met de bescherming van de biodiversiteit. Die samenwerking, die zich oorspronkelijk toespitste op de oefenterreinen, duurt intussen al meer dan 25 jaar. Ze omvat ecologische initiatieven, gezamenlijke investeringen en regelmatige bijeenkomsten om de natuur te beschermen zonder de opleiding van de militairen in de weg te staan.”

Een zichtbare ecologische heropleving

Hoewel het project nog loopt, zijn de eerste resultaten al zichtbaar. Sommige lokale soorten zijn vanzelf teruggekeerd, wat mooi aantoont hoeveel regeneratiepotentieel zo’n terrein heeft, hoe verstedelijkt het ook is. Een opmerkelijke comeback is die van de wilde orchidee. Vóór de werken werden er wel al eens vleermuizen gespot,  zij kunnen nu genieten van een verbeterd habitat.

Die terugkeer van de biodiversiteit heeft veel voordelen, waaronder een betere luchtkwaliteit, lokale warmteregulering, een betere infiltratie van regenwater en de stimulering van bestuivingsmechanismen. En dat alles dankzij een gedifferentieerd beheer van de groene ruimten, op het ritme van de natuur.

Ondersteuning op lange termijn om de transitie te verankeren

De eerste twee tot drie jaar is de meest delicate fase van elk vergroeningsproject. In die periode moeten de planten zich stevig wortelen. Als dat niet lukt, zijn alle eerdere inspanningen mogelijks voor niets geweest. Die kritieke periode vraagt om nauwgezette controle door het team van BiodiversiScape, de beheerders van het terrein en de aannemers die de werken uitvoeren.

De transformatie van het terrein volgt een streng ecologisch beheerplan, dat werd gedeeld met de aannemers die voor het onderhoud instaan. Dat document beschrijft duurzame werkwijzen zoals gefaseerd maaien, beperkt snoeien en schuilplekken voor de dieren beschermen. Dit beheer voorkomt klassieke onderhoudsfouten en maakt het mogelijk om eventuele problemen snel te corrigeren.

Aurélie Dussart benadrukt het belang van deze essentiële fase: “We moeten er de komende twee tot drie jaar alles aan doen om te verzekeren dat de natuur haar gang kan gaan en dat er niets verloren gaat.” Dit nauwgezette werk is de sleutel tot het succes van het project op lange termijn.

De natuur is niet zomaar een decor. Het is een essentiële bondgenoot in stedelijke veerkracht en menselijke ontwikkeling

Luitenant-generaal Frédéric Goetynck, vicechef Defensie

Een model dat herbruikbaar is op andere terreinen

De KMS is nu nog een proefproject. Maar de ambitie is groot. Het is de bedoeling om deze methode uit te breiden naar andere overheidsterreinen, door standaardcontracten, technische fiches en reproduceerbare richtlijnen voor het onderhoud uit te werken.

Voor Goele Drijkoningen, change manager van het BiodiversiScape-programma, komt het erop aan een duidelijk, deelbaar referentiekader te ontwikkelen: “We willen een referentiekader dat kan worden gedeeld met andere overheidsinstellingen of projectontwikkelaars, om zo goede praktijken ingang te laten vinden.”

Zo kan iedereen leren van het experiment in Brussel en kunnen de aanbevelingen gaandeweg worden aangepast, op basis van feedback dit en uit andere projecten. De verzamelde gegevens (bv. monitoring van soorten, bodemkwaliteit, effecten op het microklimaat) worden opgenomen in een kennisdatabank die toekomstige projecten ten goede moet komen.

Defensie, een nieuwe speler in de ecologische transitie

De actieve deelname van Defensie aan dit project is niet onbeduidend. De Belgische militaire kwartieren,  afgeschermde locaties met een strikt functioneel doel, staan open voor een duurzame aanpak.

Er lopen al vergelijkbare projecten op Campus Saffraanberg en de luchtmachtbasis van Bevekom. Frédéric Goetynck bevestigt dit: “Alle ervaring die hier werd gedeeld, zal ons helpen op andere terreinen. Het is niet de bedoeling dat we het op deze drie terreinen houden, maar wel om die biodiversiteit te ondersteunen in al onze militaire zones.” Die aanpak past in een bredere strategie om al het militaire vastgoed te vergroenen en er toonbeelden van duurzaamheid van te maken. De interne teams worden bewust gemaakt en opgeleid rond de milieuproblematiek. Die geleidelijke bewustwording en kennis moeten helpen om het project ook na de proeffase actief te houden.

We willen een referentiekader ontwikkelen dat kan worden gedeeld met andere overheidsinstellingen of projectontwikkelaars, om zo goede praktijken ingang te laten vinden

• Goele Drijkoningen, change manager van het programma BiodiversiScape

Een zichtbare, menselijke en educatieve transformatie

Naast technische voordelen heeft het project ook een concrete menselijke impact. Op het terrein van de KMS worden de veranderingen stilaan zichtbaar. Je hoort vogels fluiten, planten schieten uit de grond en de ruimten worden frisser en mooier.

Een aantal aanvankelijk sceptische personeelsleden zijn bijgedraaid. Bewustwordingssessies, terreinbezoeken en informatieve bijeenkomsten creëeren een collectief momentum rond het project. De gebruikers van de locatie werden er geleidelijk bij betrokken, wat helpt om deze aanpak lang vol te houden.

Voor Frédéric Goetynck is die mentaliteitsverandering essentieel: “De geleidelijke betrokkenheid van de gebruikers van het terrein helpt om de aanpak te bestendigen. De natuur is niet zomaar een decor. Het is een essentiële bondgenoot voor de veerkracht van steden en in menselijke ontwikkeling. Zo’n project, verankerd in de school waar onze toekomstige leidinggevenden les krijgen, omvat ook een belangrijk educatief deel.”

Leefruimten herdefiniëren

Het project van de Koninklijke Militaire School draait om zoveel meer dan enkel verharde zones vergroenen. Het weerspiegelt een diepgaande transformatie van onze relatie met het milieu, door vraagtekens te plaatsen bij het beheer van overheidsterreinen in de context van de klimaatcrisis.

Het bewijst dat functioneel gebruik en respect voor flora en fauna wel degelijk samen kunnen gaan, zelfs op plaatsen die lang ondoordringbaar waren voor de natuur. Dankzij een nauwgezette ondersteuning, een sterk engagement van de overheid en een kopieerbare visie effent dit project het pad voor een harmonieuzer beheer van de openbare ruimte.

Goele Drijkoningen vat het mooi samen: “We willen richtlijnen ontwikkelen om die daarna toegankelijk te maken voor het brede publiek. Ze kunnen dan als inspiratie dienen voor wie het wil.” De vergroening van de Koninklijke Militaire School is een mooi voorbeeld van hoe een geslaagde ecologische transitie er kan uitzien: geworteld in de realiteit, in het teken van samenwerking, aangepast aan de lokale context en gericht op de toekomst.

Vorig artikel
Volgend artikel