Opvoeden (z)onder druk, hoe doe je dat?
Het onderzoek naar opvoedingsstijl en ouderschap nam de voorbije jaren een sterke vlucht, ziet professor ontwikkelingspsychologie Bart Soenens (UGent). Opvallend daarbij is de verschuiving in perspectief. Waar onderzoekers vroeger vooral naar de kinderen keken, start de vraag vandaag steeds vaker bij de ouders zelf. “Voor we vragen hoe het met de kinderen gaat, is nu onze eerste zorg: hoe gaat het met jou?”, vertelt Soenens. “Dat antwoord bepaalt in grote mate welke opvoeding je kan geven. Want opvoeden lukt pas echt wanneer je eigen batterijen voldoende opgeladen zijn.”
Die gedachte werkt voor veel mama’s meteen geruststellend. Opvoeden is namelijk geen strak afgelijnde methode die je één keer leert en daarna perfect toepast. “Hoe ouders reageren, hangt sterk samen met hoe ze zich voelen, van dag tot dag. Sociale druk, tijdsgebrek en stress maken van ons soms de ouder die we niet willen zijn.” Gelukkig is ouderschap geen eindscore, maar een bewegend proces, benadrukt Soenens. “Als het gisteren moeilijk liep, krijg je vandaag gewoon een nieuwe kans.”
Waarom mama’s vaker uitgeput raken
Toch weegt de opvoeding gemiddeld zwaarder door op moeders dan op vaders, wijst Soenens aan. “Onderzoek toont aan dat mama’s gevoeliger zijn voor opvoedingsstress en parentale burn-out. Dat heeft vooral te maken met het soort activiteiten die ze opnemen en de cognitieve belasting die daarbij komt kijken.” Wanneer vaders tijd spenderen met hun kinderen, brengt dat vooral positieve emoties teweeg. Bij moeders geeft die tijd meer aanleiding tot zorgen en stress. De verklaring ligt grotendeels in de traditionele rolverdeling die nog altijd doorwerkt. “Het grootste deel van het denkwerk – plannen, organiseren en vooruitdenken – ligt nog steeds bij moeders. Wat eten we vandaag? Wie moet waar naartoe? Welke kleren leg ik klaar?” Die constante mentale checklist put uit. Bovendien vormt het ouderschap voor mama’s een belangrijker deel van hun identiteit. “Als er iets misloopt, rekenen ze zichzelf dat harder aan.”
Goed nieuws is dat papa’s vandaag meer taken opnemen in het gezinsleven; ze staan vaker aan de schoolpoort en doen hun deel bij het huiswerk. “De volgende stap is dat ze ook meer van die cognitieve load dragen”, zegt Soenens. Tegelijk kunnen ook mama’s zichzelf helpen. “Laat je niet te hard leiden door perfecte plaatjes op sociale media of het ‘ideale’ opvoedingsadvies. Perfectionisme is de natuurlijke vijand van opvoeding.” Blutsen en builen horen erbij, evenals loslaten. “Sommige mama’s houden onbewust de poorten van het ouderschap dicht. Gate keeping, noemen we dat. Maar gedeeld ouderschap lukt alleen als je het ook écht deelt.”
Het ABC van veerkracht
Volgens Soenens steunt positief ouderschap op drie basisbehoeften: autonomie, verbondenheid en competentie – de ABC-factoren. Wanneer een of meerdere pijlers onder druk staan, neemt de stress toe. “Autonomie verdwijnt wanneer ouders het gevoel hebben voortdurend te moeten hollen. Verbondenheid komt in het gedrang als je je alleen voelt in de zorg. En wie twijfelt aan zijn competentie, raakt verstrikt in gepieker: doe ik het wel goed genoeg?”
Die signalen zijn belangrijk om ernstig te nemen, want ze verhogen het risico op parentale burn-out. Gelukkig kunnen ouders zelf actief aan die ABC’s werken. “Bouw bewust momenten in die energie geven, hoe klein ook. Verbondenheid groeit door echte connectie: kijk ’s avonds eens een uurtje samen tv in plaats van elk op je eigen scherm te zitten. En zet je eigen talent in om je competenties te versterken. De ene ouder bloeit open als hij een toets Frans kan afvragen, de andere bij samen koken of knutselen.”
Ouderschap delen
Ook in gedeeld ouderschap zit een belangrijk deel van de oplossing, en dat gaat verder dan louter taken verdelen, benadrukt Kathleen Emmery, docent in de opleiding Gezinswetenschappen aan de Odisee Hogeschool. “In de samenwerkingsrelatie tussen ouders spelen vier cruciale componenten een rol. Het gaat om de mate waarin ouders elkaar kunnen vinden in opvoedingsthema’s, om een eensgezinde taakverdeling in de zorg voor de kinderen, om wederzijds vertrouwen en respect voor ieders bijdrage in de opvoeding, en tot slot om de onderlinge gezinsinteracties. Denk daarbij aan een open communicatie en het constructief omgaan met conflicten.”
Voor positief ouderschap is het essentieel dat ouders elkaar vinden in een opvoeding waarbij elk zich gesteund voelt in zijn of haar visie en rol. “Dat vraagt gesprek”, zegt Emmery. “Niet alleen tussen partners, maar ook met de kinderen: welke taken kunnen zij al opnemen?” Zo’n gesprek begint idealiter bij zelfreflectie. “Wat vind je belangrijk in de opvoeding? Welke waarden wil je meegeven? Wat wil je van je eigen opvoeding behouden, en wat wil je anders aanpakken? Verschillen tussen ouders kunnen bovendien ook leerrijk zijn voor kinderen.”
Tegelijk pleit Emmery voor mildheid tegenover elkaar. “Merk op wat je partner doet en geef daar erkenning voor. Bespreek ook welke taken niemand graag doet en hoe je daarin een evenwicht kan vinden – eventueel door zaken uit te besteden. Geef de ander ook echt eigenaarschap over diens taken, zonder kritiek op de manier waarop ze worden uitgevoerd. Dat wederzijds vertrouwen is essentieel om het ouderschap duurzaam
te delen.”
Blijf vooral ook de mooie kanten van het ouderschap zien, vult Bart Soenens aan. “Er ligt vandaag wel erg veel nadruk op het dagelijkse ploeteren. Soms lijkt het zelfs bijna taboe om te zeggen dat je geniet van het ouderschap.” Nochtans is ouderschap in wezen een positief verhaal, klinkt het beslist. “Het gaat niet om kortstondig geluk, maar om een diep en blijvend gevoel van betekenis, namelijk zinvol leven en zorg dragen voor anderen. Dat zijn ervaringen waarvan je op je sterfbed zegt: ik ben blij dat ik dit heb mogen beleven.” •
+
Self-care
Ouders met een duidelijke ouderlijke identiteit – die goed weten wat ze met hun opvoeding willen meegeven – zijn beter beschermd tegen stress. Ben of word je mama?
Sta dan eens bewust (samen) stil bij welk soort ouder je wil zijn.