Healthcare

Van lab tot patiënt: waarom Europese biotech op een kruispunt staat

maart 25, 2026
door Lieven Desmet

Innovatie wordt pas succesvol wanneer ze aantoonbaar waarde creëert voor patiënt én zorgsysteem. Hoe kunnen biotech- en farmaspelers hun R&D-strategie zo inrichten dat medische innovatie sneller, gerichter en betaalbaar haar weg vindt naar de patiënt?

België behoort al jaren tot de Europese top in biotech, farma en klinisch onderzoek. Met een sterke concentratie van farmaceutische bedrijven, hoogstaande universitaire ziekenhuizen en een goed uitgebouwd klinisch studielandschap speelt België een sleutelrol in de Europese en mondiale R&D-keten. Toch ervaren patiënten, zorgverleners en zorginstellingen dat medische innovatie niet automatisch leidt tot snelle of gelijke toegang tot zorg.

Met de recente aankondiging van de Europese Biotech Act is het voor Frank Hulstaert, senior-onderzoeker bij het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) duidelijk dat Europa beseft dat het tempo omhoog moet. “Het is zeker een goede stap”, stelt Hulstaert. Wat hem vooral opvalt, is de verschuiving in focus. Waar de voorbije tien tot vijftien jaar bijna alles draaide rond oncologie, wordt het blikveld opnieuw breder. “Andere chronische aandoeningen komen terug nadrukkelijk in beeld”, zegt hij. Dat is geen toeval. De extreem hoge prijzen die in kankerzorg lange tijd werden aanvaard, staan steeds meer onder druk, terwijl net buiten de oncologie belangrijke innovaties op
doorbreken staan.

Jérôme Van Biervliet, Managing Director bij VIB, werkte mee aan de totstandkoming van de Act. Hij plaatst deze in een bredere context: niet als losstaand beleidsstuk, maar als onderdeel van een structurele herpositionering van Europa in innovatie, gezondheidszorg en geopolitiek. “Innovatie begint niet bij een geneesmiddel, maar bij de vraag hoe fundamenteel onderzoek zijn weg vindt naar bedrijven en uiteindelijk naar patiënten”, benadrukt hij. Volgens hem zijn het vooral structurele factoren – financiering, regelgeving en het steeds moeilijker uitvoeren van klinische proeven in Europa – die bepalen of wetenschappelijke doorbraken ook echt maatschappelijke impact krijgen.

Naar bredere doorbraken

Van Biervliet schetst een patroon vanuit het ecosysteemperspectief. “Doorbraken komen er alleen omdat Europa, en Vlaanderen in het bijzonder, dertig jaar geleden bewust heeft geïnvesteerd in life sciences”, zegt hij. Met de oprichting van VIB werd ingezet op een combinatie van excellent toponderzoek en actieve valorisatie. “Spin-offs, patenten, industriële samenwerkingen en investeringsfondsen maken daar integraal deel van uit.”

Beiden benadrukken het cruciale belang van diagnostiek. Hulstaert wijst erop dat die vaak tien jaar voorloopt op behandelingen. “Je kunt een ziekte pas behandelen als je ze eerst correct kunt identificeren.” Maar hij waarschuwt ook: “Vroege diagnose heeft alleen zin als er therapeutische consequenties aan verbonden zijn.”

Van Biervliet vertaalt dat naar data-infrastructuur. “Innovatie staat of valt met toegang tot kwalitatieve, grootschalige data.” Initiatieven zoals de European Health Data Space zijn volgens hem cruciaal, maar vandaag blijft veel potentieel onbenut. “Data en stalen zijn niet vlot genoeg beschikbaar voor onderzoek, vanwege de legale complexiteit maar ook omwille van reflexen rond publicaties en valorisatie.” De COVID-pandemie toonde volgens hem nochtans aan wat mogelijk is met grootschalige, gecoördineerde studies.

“Na jaren van testen en miljarden-
investeringen kunnen bedrijven zich geen
27 aparte procedures voor terugbetaling permitteren”

— Jérôme Van Biervliet • Managing Director bij VIB

Markttoelating versus terugbetaling

Hulstaert onderscheidt twee cruciale stappen: markttoelating en terugbetaling. “Bij markttoelating kijkt men naar benefit versus risico, zonder vergelijking met bestaande alternatieven. Bij terugbetaling gebeurt net het omgekeerde: daar staat de vergelijking centraal.” Dat verschil wordt volgens hem nog te vaak onderschat, vooral door kleine innovatieve bedrijven. “Single-arm trials zijn sneller en goedkoper,” zegt Hulstaert, “maar voor zorgbetalers leveren ze weinig houvast.” Het gevolg is een groeiend spanningsveld: producten raken sneller op de markt, maar krijgen geen of beperkte terugbetaling wegens onvoldoende bewijs van meerwaarde. “Dat zagen we ook bij uitgezaaide kanker: enorme investeringen, maar vaak geen aantoonbare winst in overleving.”

Van Biervliet ziet hier een duidelijke Europese uitdaging. “Na jaren van testen en miljardeninvesteringen kunnen bedrijven zich geen 27 aparte procedures voor terugbetaling permitteren.” Volgens hem moeten klinische studies en evaluaties voor terugbetaling veel meer gecentraliseerd worden. “Dat is niet alleen efficiënter voor bedrijven, maar ook beter voor patiënten.”

Europa op zoek naar balans

Beiden zijn het erover eens dat Europa zich in een delicate evenwichtsoefening bevindt. Hulstaert pleit voor meer transparantie bij versnelde markttoegang. “Als we onzekerheden aanvaarden, moeten we dat ook duidelijk communiceren.” Van Biervliet ziet in de Biotech Act een noodzakelijke stap. “Het politieke momentum is er nu wel. Competitiviteit, strategische autonomie en maatschappelijke return staan opnieuw hoog op de agenda.”

Europa heeft volgens hem zelfs een structureel voordeel. “Een publiek georganiseerd zorgsysteem maakt het mogelijk om data, onderzoek, zorg en beleid beter op elkaar af te stemmen.” Hulstaert vult aan dat die afstemming essentieel is om innovatie duurzaam te maken. “Regulatoren en zorgbetalers dienen uiteindelijk hetzelfde publieke belang. Als ze elkaar versterken in plaats van tegenwerken, winnen patiënten én de samenleving.”

Vorig artikel
Volgend artikel