De uitdagingen van de zorg: “Samenwerking in de zorg start bij de samenwerking met de patiënt”
De zorg heeft zich doorheen de jaren al verschillende keren getransformeerd, en ook vandaag gaat de transitie verder. Zorg is geen aparte tak in de samenleving maar net onderdeel van de samenleving. Hoe wordt dit zo overkoepelend en efficiënt mogelijk aangepakt? Myriam Callaert, Adjunct Hoofdarts AZ Rivierenland, en Ri De Ridder, expert geïntegreerde zorg beleidscel minister Vandenbroucke, leggen uit.
Pakweg 50 jaar geleden was de zorg vooral eendimensionaal georganiseerd. Je had een klacht? Dan ging je langs bij de huisarts en afhankelijk van de klacht werd je doorverwezen naar een chirurg of een internist. Naarmate de jaren vorderden groeide de wetenschappelijke en technologische kennis. Kennis die zo veelzijdig werd dat niet meer enkel een huisarts en een specialist alles konden omvatten. Om de noden van de patiënt zo goed mogelijk tegemoet te komen werd de specialistische geneeskunde verregaand gespecialiseerd, waarbij de huisarts vooral fungeert als eerste contactpersoon en beheerder van het globaal medisch dossier. Heeft die noodzakelijke specialisatie tegelijkertijd ongewild tot fragmentatie geleid?
Nut van samenwerking
Voor het finale antwoord zal je nog enkele alinea’s moeten wachten. Eerst gaan we kijken hoe de huidige zorgsamenwerking in België vandaag verloopt. “Een vlotte samenwerking en een heldere communicatie zijn noodzakelijk omdat we in veel gevallen spreken van een multidisciplinaire aanpak”, zegt Myriam Callaert. “We kunnen suikerziekte als voorbeeld gebruiken. De patiënt gaat hiervoor niet enkel bij één specialist langs. Zo komt hier de huisarts, een endocrinoloog, een verpleegkundig educator, een diëtist en mogelijks ook een psycholoog aan te pas. Een veelzijdigheid aan disciplines waarbij samenwerking voorop staat om een vlotte behandeling te bekomen en een duidelijk inzicht over te brengen bij de patiënt over diens traject.”
Buiten eenvoudige medische problemen is zorg dus grotendeels een multidisciplinaire keten, waar centralisatie net tot een grotere consistentie kan leiden. “Voor erg specifieke ziektes brengen we onze kennis best allemaal samen in geconcentreerde centra. Dit leidt tot een hogere efficiëntiegraad en een groter gemak voor zowel specialist als patiënt. Want ook hier moeten we vandaag extra letten op: hoe groot is de werkdruk voor het zorgpersoneel? Naarmate er logischer wordt samengewerkt, zal er geen onnodig dubbel werk verricht worden. Om dit te voorkomen is het bijhouden van een digitaal patiëntendossier essentieel”, aldus Ri De Ridder.
“Naarmate er logischer wordt samengewerkt zal er geen onnodig dubbel werk verricht worden”
Universeel platform
Om fragmentatie te voorkomen ten gevolge van specialisatie is er nood aan een universeel patiëntenplatform zodat huisartsen, specialisten en patiënten zelf een duidelijk overzicht krijgen over de reeds afgelegde behandelingen. “De digitalisering van de zorg is al een lange tijd bezig maar komt nu echt in een stroomversnelling. Een platform zoals CoZo, wat staat voor Collaboratief Zorgplatform, is de weg die we verder moeten volgen. Reeds meer dan 35 zorginstanties zijn hier in België op aangesloten, wat de samenwerking enkel maar bevordert. Om zorgverleners op het moment van de behandeling vlot toegang te verlenen tot de medische gegevens, geeft de patiënt eenmalig de digitale geïnformeerde toestemming op het platform”, aldus Callaert.
Wanneer we van universaliteit en samenwerking spreken in België, dan raken we ook snel aan overlappende bevoegdheden, verschillende beleidsorganen en daardoor een grote berg aan administratie. Een bureaucratische manier van werken die de efficiëntie niet ten goede komt. “Het digitaliseren van de zorg moet deze overtollige administratie terugschroeven. Daar zijn we vandaag al goed aan bezig, al moeten we nog wel de volledige ommezwaai maken om het digitale aspect zo duidelijk mogelijk te formuleren. Momenteel wordt er nog veel met onoverzichtelijke pdf’s en foto’s gewerkt. Landen zoals Singapore en Estland zijn een echt voorbeeld op dat vlak”, haalt De Ridder aan.
Voor elke patiënt
Het is logisch dat we hierboven meermaals over de zorginstanties en diens samenwerking spreken, maar het allerbelangrijkste, dat blijft toch de patiënt. Zorg toegankelijk voor iedereen. “In vergelijking met andere landen is de zorg in België erg toegankelijk, toch blijven er ook groepen achter die moeilijk de toegang vinden. We spreken dan bijvoorbeeld over minderheidsgroepen en groepen met lage inkomens. Voor wie ernstig of chronisch ziek is kan de patiëntenfactuur hoog oplopen. De maximumfactuur zorgt voor een plafonnering van de gezinsuitgaven voor remgelden en bij zo’n 750.000 gezinnen is dat ook effectief nodig, maar ereloontoeslagen vallen daar niet onder, waardoor er nog steeds Belgische gezinnen zijn die in de moeilijkheden komen door hun medische facturen. Om dit probleem te verhelpen wordt nu een wettelijke begrenzing ingevoerd”, zegt De Ridder.
Heeft de evolutie van de zorg die leidde tot specialisatie nu uiteindelijk gezorgd voor fragmentatie? Momenteel is de weg nog niet altijd even efficiënt, maar alle partijen zijn zich wel erg bewust van bepaalde tekortkomingen en streven daarom samen telkens naar verfijning en optimalisatie. Samenwerking, digitalisering en een ondersteunende wetgeving zijn hierbij de dominante pijlers. Myriam Callaert besluit: “Een potentiële patiënt zoekt in eerste instantie een zorgverlener die door middel van luisterbereidheid helpt om de effectieve vraag te formuleren, en vervolgens alle nodige informatie verleent waarop de patiënt zelf kan beslissen welke zorg moet toegediend worden. Samenwerking in de zorg begint eerst en vooral bij de samenwerking met de patiënt.” •