Zo lees je een voedingsetiket als een pro
Oma had gelijk: niet de verpakking telt, wel de inhoud. Ook als het over voeding gaat, blijft het een gouden raad. Toch belandt een product in de supermarkt vaak al in het winkelkarretje na een snelle blik op de voorkant van de verpakking. “Daar vind je vooral marketing: smakelijke foto’s, aantrekkelijke slogans en opvallende logo’s”, weet Annelies Leys, expert voedingscommunicatie bij NICE. “Wie echt wil weten wat hij koopt, draait de verpakking beter om. De voorkant verkoopt het product, de achterkant vertelt wat erin zit.”

Ingrediëntenlijst als eerste graadmeter
Een voedingsetiket leest helaas niet als een zwierige roman. Europese regels schrijven heel precies voor wat er allemaal op een verpakking moet staan. Het resultaat? Een hele lijst verplichte vermeldingen. Zo moeten op een verpakkingsetiket minstens de ingrediëntenlijst en voedingswaardetabel vermeld staan, naast de allergenen, houdbaarheidsdatum, bewaarvoorschriften en de gegevens van de fabrikant. Zelfs de minimale lettergrootte van het etiket is bepaald, vertelt Annelies Leys. “Dat de kleine lettertjes leesbaar zijn, betekent echter niet dat iedereen ze ook gemakkelijk kan interpreteren.” In de supermarkt heb je zelden tijd om een etiket van voor tot achter uit te pluizen. Wie snel wil weten wat hij koopt, begint daarom het best bij de ingrediëntenlijst. “Een korte ingrediëntenlijst wijst meestal op een minder sterk bewerkt voedingsmiddel”, zegt Leys. “Is de lijst langer, dan zie je dat er meer ingrediënten zijn toegevoegd. Dat maakt een product niet automatisch ongezond, maar het geeft wel een idee van de mate van bewerking.” Ook de volgorde van de ingrediënten is een belangrijk aanknooppunt. “De ingrediënten worden gerangschikt volgens hun hoeveelheid, van het meest naar het minst aanwezige ingrediënt. Wil je bijvoorbeeld een gezonde keuze maken uit twee soorten hummus, kijk dan even naar de volgorde. Bij het ene product kunnen kikkererwten op de eerste plaats staan en olie pas daarna, terwijl dat bij een ander net omgekeerd is.”
Details in de voedingswaardetabel
Ga je gericht op zoek naar bepaalde ingrediënten, hou er dan rekening mee dat ze onder verschillende namen kunnen schuilgaan. Zo staat er niet altijd letterlijk ‘suiker’ op het etiket, maar verschijnt het ingrediënt ook als glucose, fructose of stroophoning. “Daardoor lijkt het soms alsof een product weinig suiker bevat, terwijl de verschillende soorten samen toch een aanzienlijke hoeveelheid vormen”, waarschuwt Leys. Hoeveel suiker, vet of zout er precies in een product zit, lees je niet af uit de ingrediëntenlijst. Daarvoor kijk je best naar de voedingswaardetabel. “Die geeft exact weer hoeveel vetten, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout een product bevat. Je ziet er bijvoorbeeld niet alleen hoeveel vet erin zit, maar ook welk deel daarvan verzadigde vetzuren zijn.” De voedingswaardetabel vermeldt ook de energetische waarde van een product, uitgedrukt in calorieën, per 100 gram of 100 milliliter. Sommige producenten voegen daar de voedingswaarde per portie aan toe. “Kijk daar wel kritisch naar, want de voorgestelde portie komt niet altijd overeen met wat je in werkelijkheid eet.”

Snelle blik op de Nutri-Score
Als er één nuttig label op de voorkant van een verpakking staat, is het wel de Nutri-Score: een beoordeling van A tot E die snel een idee geeft van de voedingskwaliteit. “De score wordt berekend volgens een vast algoritme en is een betrouwbaar instrument om producten te vergelijken”, vindt de voedingsexpert. “Blijf wel altijd binnen eenzelfde productcategorie. Diepvriesfrietjes met score A naast olijfolie met score D leggen, zegt bijvoorbeeld weinig. De score wordt berekend per 100 gram, terwijl je van olijfolie meestal maar een kleine hoeveelheid gebruikt.” Bovendien houdt de Nutri-Score geen rekening met wat er na aankoop met een product gebeurt. “Ga je het nog frituren of voeg je er extra olie aan toe, dan kan dat de uiteindelijke voedingswaarde sterk beïnvloeden.” De voedingsdriehoek blijft de beste leidraad om te bepalen welke voedingsmiddelen vaker of minder vaak op je menu horen, besluit Leys.
Veiligheid voor alles
Om een product veilig te kunnen eten, respecteer je altijd de houdbaarheidsdatum, benadrukt Liesbeth Van de Voorde van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). “Er bestaan twee soorten houdbaarheidsdata. De ‘te gebruiken tot’-datum (TGT) is een strikte veiligheidsdatum voor producten die snel bederven, zoals rauw vlees en vis. Is die datum verstreken, dan gooi je het product weg, ook als de verpakking nog dicht is.” Daarnaast vind je ook een ‘ten minste houdbaar tot’-datum (THT), legt Van de Voorde uit. Die is minder strikt en geeft aan tot wanneer de kwaliteit gegarandeerd is. “Is die datum overschreden, dan kan je het product vaak nog veilig eten, op voorwaarde dat het correct bewaard werd en de verpakking intact is. Alleen als het product er nog goed uitziet, normaal ruikt en smaakt, is het doorgaans nog bruikbaar.” Verschillende overheidsdiensten waken erover dat de informatie en beweringen op een verpakking correct zijn, garandeert Van de Voorde. “Naast controles van etiketten voeren we ook inspecties, audits en laboratoriumonderzoek uit. Met gerichte steekproeven, die bijvoorbeeld speuren naar allergenen, gaan we na of een product effectief bevat wat het etiket belooft.” De kleine lettertjes op een etiket zijn dus beter beschermd dan je misschien denkt. Maar één belangrijke stap kan geen enkele instantie overnemen: zelf kritisch kijken naar wat er in je winkelkar belandt. •







