wo 7 okt
Business Guide

Tijdregistratie als strategische hefboom: Waarom tijdregistratie veel meer is dan een wettelijke verplichting

Tijdregistratie wordt vaak gezien als een wettelijke verplichting: werknemers registreren hun werktijd en werkgevers moeten kunnen aantonen dat de regels worden nageleefd. Maar volgens Jan Van Autreve, CEO van Protime, ligt de echte waarde elders. Wie tijdregistratie koppelt aan personeelsplanning en data-analyse, krijgt inzichten die kunnen helpen om productiviteit, flexibiliteit en welzijn beter met elkaar te verbinden.

22 september 2026Door Kompas Redactie7 min. leestijd
Partner Content

Tijdregistratie is lange tijd vooral een administratief proces geweest. Werknemers klokken in en uit, werkgevers houden de geregistreerde uren bij en de discussie gaat vervolgens over correcte registratie en wettelijke verplichtingen. Die benadering doet volgens Jan Van Autreve, CEO van Protime, echter tekort aan wat moderne tijdregistratie en workforce management kunnen betekenen.

“We moeten weg van de schrik voor controle”, zegt hij. “Tijdregistratie is een kritisch bedrijfsproces dat heel veel toegevoegde waarde kan bieden. De data die eruit voortkomt, kan organisaties helpen om beter te begrijpen hoe hun mensen, tijd en capaciteit worden ingezet.”

Tijdregistratie: meer dan uren registreren

De aandacht voor tijdregistratie wordt vandaag sterk bepaald door Europese rechtspraak en de manier waarop die wordt vertaald naar nationale regelgeving, sectorale afspraken en bedrijfsbeleid. Daardoor benaderen ondernemingen het onderwerp vaak in de eerste plaats vanuit compliance: wat moet er geregistreerd worden en hoe zorgen we ervoor dat we aan de regels voldoen?

Dat is volgens Van Autreve een noodzakelijke basis, maar niet het eindpunt. “De echte essentie van tijdregistratie is dat je data krijgt. Die data zeggen iets over de inzet van de belangrijkste asset van een organisatie: de mensen.”

Die gegevens kunnen bijvoorbeeld inzicht geven in het aantal gewerkte uren, overuren en afwezigheden. Maar gecombineerd met een goede personeelsplanning kunnen ze veel meer vertellen. Wanneer ontstaan capaciteitsproblemen? Op welke momenten is er een tekort aan bepaalde competenties? Welke taken nemen relatief veel tijd in beslag? Waar ontstaan structureel pieken in de werkdruk? Zo wordt tijdregistratie onderdeel van een breder workforce management-verhaal.

Van Autreve pleit daarbij voor een fijnmazigere manier van plannen. “Het gaat niet alleen om het aantal mensen dat beschikbaar is. Je moet ook kijken naar de taken die moeten gebeuren, de kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn en, waar mogelijk, naar de voorkeuren en ervaring van medewerkers.” Dat kan organisaties helpen om de juiste persoon op het juiste moment voor de juiste taak in te zetten. Bovendien wordt het gemakkelijker om een back-up te voorzien wanneer iemand onverwacht uitvalt.

De echte essentie van tijdregistratie is dat je data krijgt.
Jan Van AutreveCEO van Protime

Data kan ook welzijn ondersteunen

Een belangrijk voordeel van inzicht in werktijd is dat organisaties sneller kunnen zien waar de werkdruk structureel te hoog wordt. Overuren zijn op zich niet noodzakelijk problematisch. In veel organisaties zijn er tijdelijke pieken door seizoensgebonden drukte, onverwachte vraag of ziekte. Het probleem ontstaat wanneer die tijdelijke situatie structureel wordt. Als dezelfde medewerkers gedurende lange tijd extra uren maken, kan dat wijzen op een capaciteitsprobleem, een inefficiënte planning of een verkeerde verdeling van taken.

“Tijdregistratie maakt pieken zichtbaar en helpt organisaties te zien of die tijdig worden opgelost voor er zich een structureel probleem stelt”, zegt Van Autreve. “Als je daar een goede planning naast zet, krijg je een veel vollediger beeld van de organisatie.”

Daarbij is de menselijke context essentieel. Data kan aantonen dat iemand structureel meer uren werkt, maar verklaart niet automatisch waarom. Een gesprek tussen medewerker en leidinggevende blijft noodzakelijk. Misschien is de werkdruk inderdaad te hoog. Misschien zijn processen inefficiënt georganiseerd. Maar er kan ook een persoonlijke reden zijn waarom iemand tijdelijk anders moet worden ingepland. Goed peoplemanagement combineert volgens Van Autreve daarom feitelijke inzichten met communicatie, vertrouwen en flexibiliteit.

Dat laatste wordt steeds belangrijker. De klassieke werkdag van negen tot vijf sluit niet altijd meer aan bij de realiteit van werknemers. Ouders willen hun kinderen op tijd ophalen, medewerkers combineren werk met hobby’s of opleidingen en hybride werken heeft de grens tussen kantoor en thuis verder doen vervagen.

Flexibiliteit betekent echter niet dat organisaties het overzicht verliezen. Integendeel: flexibiliteit vraagt net om goede organisatie en betrouwbare data.

Van tijdregistratie naar tijdinzicht

Ook de manier waarop mensen naar hun eigen data kijken, kan veranderen. Van Autreve vergelijkt het met sport. Wie gaat lopen, gebruikt vandaag zonder veel nadenken een smartwatch of app om snelheid, afstand en hartslag te meten. Dat wordt doorgaans niet ervaren als controle, maar als informatie om het eigen gedrag beter te begrijpen.

Volgens hem kan hetzelfde principe ook op het werk gelden. Tijdregistratie hoeft niet uitsluitend een instrument van de werkgever te zijn. Werknemers kunnen de data ook gebruiken om inzicht te krijgen in hun eigen werkorganisatie.

Een eenvoudig voorbeeld is tijdsbesteding in de agenda. Een manager of CEO kan achteraf analyseren hoeveel tijd naar operationele, administratieve of strategische activiteiten ging. “Backward looking experience kan dan worden omgezet in forward looking improvement. Als ik vaststel dat mijn agenda structureel te operationeel is ingevuld, kan ik mijn planning voor de volgende maand aanpassen.”

Dat is een fundamenteel andere benadering dan controleren of iemand zijn uren heeft gemaakt. De vraag verschuift van “Heb je genoeg gewerkt?” naar “Hoe besteden we onze beschikbare tijd zo goed mogelijk?” Die mindshift is volgens Van Autreve belangrijk om vertrouwen rond tijdregistratie te versterken. Transparantie over wat data verzamelt, waarom die wordt gebruikt en wie welke informatie nodig heeft, vormt daarbij een belangrijke voorwaarde.

Op managementniveau hoeft dat bovendien niet te betekenen dat elke individuele handeling wordt opgevolgd. Een CEO heeft volgens Van Autreve vooral behoefte aan geconsolideerde inzichten. Een teamleider kan op zijn beurt met zijn team bekijken waar problemen ontstaan en welke acties nodig zijn.

Backward looking experience kan worden omgezet in forward looking improvement.
Jan Van AutreveCEO van Protime

Europese regelgeving als aanleiding, niet als eindpunt

De ontwikkeling van tijdregistratie staat ondertussen niet los van de Europese context. Europese rechtspraak vormt een belangrijke basis voor regelgeving rond de registratie van werktijd, die vervolgens nationaal wordt uitgewerkt. In België is de verdere wettelijke invulling nog in ontwikkeling. Een geplande invoering vanaf 1 januari 2027 wordt besproken, maar de precieze timing en modaliteiten kunnen nog wijzigen.

Voor ondernemingen betekent dat vooral dat het verstandig is om niet uitsluitend af te wachten tot alle details definitief zijn. Wie vandaag al zicht krijgt op de eigen processen, afspraken, planning en beschikbare data, kan later gemakkelijker inspelen op nieuwe verplichtingen.

Volgens Van Autreve hoeft dat geen extra administratieve last te worden. “Wij willen onze klanten zo goed mogelijk ontzorgen. Het echte vraagstuk is niet alleen hoe je compliant wordt, maar hoe je wellbeing, productiviteit en flexibiliteit met elkaar combineert.”

Daarmee verandert ook de rol van technologie. AI kan helpen om gegevens automatisch te analyseren, patronen te herkennen en medewerkers en managers sneller te ondersteunen. Vandaag bevatten agenda’s, planningen en tijdregistratiesystemen al een enorme hoeveelheid informatie. AI kan die data toegankelijker maken en organisaties helpen om er sneller inzichten uit te halen.

Tegelijk is Van Autreve voorzichtig over de bredere impact van AI op de arbeidsmarkt. Dat technologie bepaalde functies en taken zal veranderen, staat volgens hem vast. Hoe groot de impact precies wordt, is minder voorspelbaar. Voor organisaties betekent dat opnieuw dat flexibiliteit en inzicht belangrijk worden: niet alleen weten hoeveel capaciteit vandaag beschikbaar is, maar ook begrijpen welke vaardigheden morgen nodig zijn.

De kritische infrastructuur achter een flexibele organisatie

Daar ligt volgens Van Autreve de rol van Protime binnen de bredere HR-aanpak van SD Worx. Tijdregistratie lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar achter de schermen is het een complex proces waarin wetgeving, bedrijfsregels, contractuele afspraken en verschillende werkregimes samenkomen. “Veel mensen denken bij tijdregistratie aan een chronometer: van A naar B. In werkelijkheid is het een bijzonder complex proces met enorm veel mogelijkheden om zaken in te regelen.”

Protime wil die complexiteit voor bedrijven vereenvoudigen en tegelijk de stap zetten van registratie naar planning en inzicht. Door tijdregistratie, workforce management en personeelsplanning met elkaar te verbinden, ontstaat volgens het bedrijf een basis waarop organisaties hun mensen en middelen beter kunnen inzetten.

De ambitie is daarbij Europees. Binnen SD Worx wil Protime bedrijven ondersteunen in verschillende landen en voor organisaties van uiteenlopende omvang. De kernboodschap is uiteindelijk eenvoudig: tijdregistratie hoeft geen eindpunt van compliance te zijn. Het kan een vertrekpunt worden voor beter inzicht in hoe een organisatie werkt.

Van controle naar transparantie. Van geregistreerde uren naar bruikbare data. En van data naar betere beslissingen over mensen, planning en capaciteit. Dat is volgens Protime de echte meerwaarde van tijdregistratie in de arbeidsmarkt van morgen.