Waarom veerkracht belangrijker wordt dan voorspellen
De energietransitie in de industrie en in het bedrijfsleven in België zal de vraag naar elektriciteit de komende jaren steeds verder omhoogdrijven. Daarom wordt er – in afwachting van netverzwaring – vandaag al volop werk gemaakt van extra inzicht in de bestaande capaciteit.

De elektrificatie van ons industrieel weefsel is een van de centrale economische en maatschappelijke streefdoelen van het moment. Hierdoor worden productielijnen die voorheen fossiel werden aangedreven geëlektrificeerd en krijgen bedrijfsterreinen massaal laadpleinen, zonneparken en batterijen. Omdat hierdoor het verbruik en de verbruikspatronen van ons elektriciteitsnet grondig worden hertekend, betekent dit ook dat de architectuur van datzelfde net vandaag ook volop wordt herbekeken.
“Wij zien inderdaad het aantal aanvragen voor hoge en zeer hoge vermogens bijzonder snel toenemen”, zegt Raf Bellers, directeur Netbeheer bij netbeheerder Fluvius. Bedrijven elektrificeren hun processen, maar ook datacenters en grote batterijprojecten vragen veel vermogen. Op bepaalde momenten kan de belasting daardoor zo sterk oplopen dat netcongestie dreigt. Dat betekent dat het elektriciteitsnet botst op de grenzen van zijn transportcapaciteit.
Ruimte maken in de wachttijd
Om dit dreigende capaciteitsvraagstuk, dat in omvang enkel maar zal toenemen de komende jaren, te voorkomen, neemt Fluvius maatregelen. De netcapaciteit verzwaren is dan uiteraard het structurele streefdoel. Alleen vergt dit in de praktijk heel wat tijd en complexe voorbereiding. “Voor grote industriële aansluitingen kan een netversterking jaren duren”, zegt Bellers. “Maar het is economisch belangrijk dat bedrijven hun investeringen intussen kunnen uitvoeren. Daarom zetten we momenteel ook in op flexibele aansluitingen. Bijvoorbeeld via onze Netflex-kasten.” Zo’n kast laat een bedrijf in normale omstandigheden toe zijn volledige aansluitingsvermogen te gebruiken. Wanneer lokaal overbelasting dreigt, geeft ze een signaal dat het verbruik tijdelijk moet dalen.
“Wij leggen met andere woorden de productie niet zelf stil”, verduidelijkt Bellers. “Maar onze systemen sturen een signaal naar de installatie van het bedrijf. Het bedrijf bepaalt vervolgens zelf hoe het afregelt. Zodra de druk op het net afneemt, kan het opnieuw over het volledige vermogen beschikken.” Fluvius benadrukt dat dit moet worden begrepen als een tussenoplossing. “Netflex is een tijdelijke maatregel in afwachting van een netversterking. We rollen de technologie verder uit, maar blijven tegelijk investeren”, aldus Bellers.
Dankzij de digitale meter is er steeds meer data beschikbaar over het laagspanningsnet.Koen VanthournoutCEO bij Orion Grid Technologies
Het net leren lezen
Om deze vormen van slimme flexibilisering te kunnen faciliteren, hebben de netbeheerders vooral ook nood aan nauwkeuriger inzicht in wat er in hun infrastructuur gebeurt. Precies dat is de raison d’être van Orion Grid Technologies, een jonge spin-off van VITO, KU Leuven en EnergyVille. Het bedrijf ontwikkelt software die gegevens uit digitale meters omzet in bruikbare inzichten voor het laagspanningsnet. “Dankzij de digitale meter is er steeds meer data beschikbaar over het laagspanningsnet. Dat zijn de elektriciteitskabels die de kleine bedrijven en onze gezinnen bedienen. Alleen werd die data nog onvoldoende actief ingezet. Onze software geeft netbeheerders zicht op wat er werkelijk gebeurt, zodat ze gerichter kunnen reageren en investeren”, legt CEO Koen Vanthournout uit.
Dat inzicht is essentieel, want de energietransitie verandert niet alleen hoeveel stroom we gebruiken, maar ook waar en wanneer. Wie het net wil versterken, moet daarom eerst weten welke aansluitingen bij welke kabel horen en waar nog capaciteit beschikbaar is. “Samen met Orion ontwikkelden we daarvoor de Piri-tool”, zegt Koen Wouters, afdelingshoofd Assets & Netarchitectuur bij Fluvius. “Die achterhaalt op een relatief eenvoudige manier welke woning op welke kabel is aangesloten. Zo zien we welke delen van het net zwaar belast zijn, waar nog reserve zit en waar we het best ingrijpen.”
De digitale spitsstrook
Met dit soort van ingrepen hopen Orion Grid Technologies en Fluvius vooral ook om de huidige infrastructuur beter te benutten. Vandaag is het immers zo dat het verbruik niet altijd gelijkmatig verdeeld zit over de beschikbare elektriciteitsaders, waardoor de capaciteit niet ten volle wordt benut. “Je kunt het vergelijken met een snelweg waarvan de spitsstrook gesloten blijft”, zegt Wouters. “De andere rijstroken lopen vol, terwijl er in werkelijkheid nog capaciteit aanwezig is. Door de bestaande draden beter in balans te brengen, maken we die capaciteit opnieuw bruikbaar.”
Orion helpt netbeheerders dus om bestaande infrastructuur slimmer en vollediger te benutten, zonder dat straten hiervoor moeten worden opengebroken en er kabels bijgeplaatst moeten worden. “Wij geloven dan ook rotsvast dat deze technologie ook buiten België een groot verschil kan maken”, besluit Vanthournout. “Samenwerking met Duitse netbeheerders heeft ons alvast geholpen om sneller te ontwikkelen. Nu willen we distributienetbeheerders in heel Europa ondersteunen. De energietransitie vraagt niet alleen meer netten, maar ook slimmere netten waarvan we beter begrijpen wat er op elk moment gebeurt.” •







