Veerkracht is het nieuwe efficiëntiecriterium
Jarenlang was de logica eenvoudig: hoe internationaler en efficiënter de bevoorradingsketen, hoe beter. De opeenvolging van schokken heeft de kwetsbaarheid van mondiale supply chains blootgelegd. Het antwoord: van goedkoopste keten naar slimste keten. Hoe robuust moet je keten in 2027 echt zijn?

Niet langer uitsluitend prijs en efficiëntie bepalen aankoopbeslissingen, maar ook de vraag hoe robuust een keten is wanneer de volgende crisis zich aandient. “Toeleveringsketens zijn vandaag veel minder voorspelbaar dan vijf of tien jaar geleden”, zegt Sarah De Meester, woordvoerster van Delhaize. “Dat vraagt meer flexibiliteit, nauwere samenwerking met leveranciers en de mogelijkheid om snel bij te sturen wanneer omstandigheden veranderen.”
Die zoektocht naar veerkracht verklaart mee waarom lokale producten aan belang winnen. Hoewel consumenten ze vaak associëren met authenticiteit en duurzaamheid, speelt achter de schermen een veel zakelijkere logica. Lokale bevoorrading kan de afhankelijkheid van complexe internationale ketens verminderen en de risico’s beter spreiden. “Lokale producten worden vaak bekeken als een marketingverhaal, maar vandaag zijn ze ook een instrument van supply-chainmanagement”, zegt Els Breugelmans, professor marketing aan de KU Leuven.
Van klantentrekker naar risicobeheer
Dat retailers inzetten op lokale producten heeft traditioneel veel te maken met positionering. Consumenten waarderen producten met een duidelijke regionale herkomst en koppelen daar vaak kwaliteit en authenticiteit aan. “Lokale producten creëren sympathie en versterken de band met de regio”, zegt Breugelmans. “In een markt waarin winkeltrouw afneemt kan die aanwezigheid van lokale producten in jouw winkel een belangrijk concurrentieel voordeel zijn.”
Maar de economische logica wordt steeds belangrijker. De coronacrisis vormde daarbij een kantelpunt. Toen internationale logistieke netwerken vastliepen, werden de nadelen van sterk gecentraliseerde bevoorradingsketens plots zichtbaar. “Lege rekken maakten duidelijk dat retailers kwetsbaar waren voor verstoringen, zowel in internationale stromen als in lokale logistiek”, zegt Breugelmans. Sindsdien is spreiding een sleutelwoord geworden. Niet afhankelijk zijn van één leverancier, één land of één logistieke route maakt organisaties weerbaarder tegen verstoringen.
Voor Delhaize is lokaal aankopen geen tijdelijke reactie op de huidige onzekerheid, benadrukt De Meester. “Ongeveer 70 procent van ons assortiment wordt in België geproduceerd. Dat is een bewuste keuze omdat een sterk lokaal voedselsysteem bijdraagt aan voedselzekerheid en economische weerbaarheid.” Toch kent die strategie haar grenzen. Veel producten blijven onvermijdelijk afhankelijk van internationale markten. “Onze ambitie is om zo dicht mogelijk bij België aan te kopen, maar zo ver als nodig”, zegt De Meester. “Koffie, cacao of bananen zullen altijd uit andere delen van de wereld moeten komen.” De uitdaging bestaat er daarom niet in internationale ketens af te bouwen, maar ze slimmer te organiseren. Diversificatie wordt daarbij steeds vaker een expliciet aankoopcriterium. “Elke sourcingbeslissing beoordelen we vandaag niet alleen op prijs en kwaliteit, maar ook op de continuïteit van de bevoorrading op lange termijn.”
Koffie, cacao of bananen zullen altijd uit andere delen van de wereld moeten komenSarah De MeesterWoordvoerster van Delhaize
Klimaat wordt nieuwe supply-chainstress test
Opvallend is dat zowel retailers als academici klimaatverandering steeds vaker als een groter risico beschouwen dan geopolitieke spanningen. Droogte, overstromingen en mislukte oogsten hebben directe gevolgen voor de beschikbaarheid van grondstoffen en voedingsproducten.
“Voor producten zoals koffie, cacao, groenten en fruit worden klimaateffecten steeds zichtbaarder”, zegt Breugelmans. “Dat soort schokken zal waarschijnlijk frequenter voorkomen.” Ook Delhaize merkt die evolutie. “Extreme weersomstandigheden hebben vandaag een even grote impact op beschikbaarheid en prijzen als geopolitieke gebeurtenissen”, zegt De Meester. Dat verklaart waarom retailers hun aankopen steeds vaker spreiden over verschillende productiegebieden. Veerkracht ontstaat niet door afhankelijkheid te verschuiven, maar door ze te verdelen.
Veerkracht heeft een prijs
Toch betekent meer weerbaarheid niet automatisch een afscheid van schaalvoordelen of internationale leveranciers. Grote merken blijven een belangrijke aantrekkingskracht uitoefenen op consumenten, terwijl centrale aankoopmodellen cruciaal blijven voor competitieve prijzen. “Een retailer kan niet zomaar alle internationale merken vervangen door lokale alternatieven”, zegt Breugelmans. “Consumenten verwachten bepaalde internationale bekende merken nog altijd in het rek.”
De toekomst ligt daarom niet in een keuze tussen lokaal of globaal, maar in een combinatie van beide. De meest robuuste supply chains zijn niet noodzakelijk de kortste, maar wel degene die voldoende alternatieven hebben wanneer zich een verstoring voordoet.
Voor retailers is dat wellicht de belangrijkste les van de voorbije jaren. Efficiëntie blijft essentieel, maar veerkracht is uitgegroeid tot een strategische productiefactor. In een omgeving waar permanente onzekerheid de enige zekerheid is, wordt niet de goedkoopste keten de sterkste, maar de keten die schokken kan opvangen zonder stil te vallen.






